1. Detectie kan door huisarts gebeuren :

  • a. op eigen initiatief
  • b. door patiënt aangebracht (zelden)
  • c. door derden aangebracht (bv familie, vrienden, buren,...)

A. bij “symptomatische patiënten”

  1. klinische tekens
    • alcoholgeur, rode gezichtskleur, gewichtsverlies, tremor, gele/ rode conjunctivae, neurologische stoornissen, hepatomegalie, bloedresultaten
  2. psychosociale problemen
    • a. stress, burn-out, CVS, slaapstoornissen, depressie
    • b. problemen in familie, relatie, problemen op werk
    • c. problematisch medicatiegebruik (bv benzo), drugs, roken, ...
  3. gedrag
    • slecht persoonlijk functioneren
    • onverzorgd voorkomen
    • te laat op werk, op afspraak
    • frequente consultaties
    • problematisch gedrag, bv agressiviteit

B. detectie bij “asymptomatische patiënten”

  1. systematisch bevragen bij nieuwe patiënten (haalbaar?)
  2. bij bepaalde risicogroepen
  3. voor het opstarten van bepaalde medicatie

 

2. Mogelijke taken huisarts :

  1. i.v.m. advies
    • benoemen van probleem, confronteren
    • inschatten in welk stadium gedragsverandering
    • afhankelijk van stadium alcoholgebruik bespreken van minderen of stoppen
    • kort advies
    • begeleiding, eventueel in eigen handen ook psychologisch, eventueel ook medicamenteus
    • eventueel verwijzen
    • eventueel opname
    • opvolging van nazorg
  2. i.v.m. crisissituaties
    • duidelijke afspraken
    • contract opstellen
    • huisbezoek
    • snelle opname regelen
    • telefonische hulplijn inschakelen
    • barrières identificeren
    • stepped care en multidisciplinair overleg
    • aanklampend werken en bereikbaarheid huisarts verzekeren
    • gesprek met patiënt en zijn naasten
    • netwerk opbouwen rond de patiënt
  3. i.v.m. langdurige begeleiding
    • regelmatige consultaties verzorgen ter follow-up
    • duidelijke afspraken
    • coördinerende rol
    • motivatie stimuleren
    • vertrouwenspersoon zijn
    • psychosociale ondersteuning en aanmoediging
    • continue controle op recidieven
    • doorverwijzing
    • stimuleren van nazorg
    • medicamenteus ondersteunen
    • vorming inzake alcoholmisbruik van patiënt en omgeving
    • rol van de familie bewaken

 

3. Moeilijkheden voor huisartsen :

  1. bij detectie
    • ontkenning door patiënt of omgeving
    • onzekerheid huisarts in omgaan
    • tijdsgebrek huisarts
    • structurele problemen en omkadering
    • lastige patiënten
    • wachtlijst bij verwijzing
  2. bij advies
    • motivatieproblematiek
    • ontkenning
    • omgaan met reacties patiënt
  3. bij nazorg
    • herval en ontkenning
    • vraagt discipline van de arts
    • blijvende motivering
    • onvoldoende ondersteuning
    • weinig compliance in follow-up
  4. bij samenwerking
    • tijdsgebrek
    • behandelingsstrategieën verschillen
    • geloof in slaagkansen en inzet
    • dekkingsgraad en beschikbaarheid hulpverleners
    • lange wachttijden
    • te weinig overleg
    • elkaar niet kennen
    • te weinig communicatie
    • geen feedback
    • de verwijzing werkt niet
    • wettelijk kader onvoldoende [beroepsgeheim]
    • medicatie door psychiatrie

 

4. Vormingsnoden van huisartsen:

  • gebruik detectie-instrumenten, zoals AUDIT
  • motiverende gesprekvoering of communicatievaardigheden
  • kort advies
  • kennis sociale kaart
  • richtlijn

 

5. Details van antwoorden van huisartsen: klik hier

    Activiteiten van Domus Medica