Acute keelpijn

Auteurs: Marc De Meyere, Jan Matthys
ICPC R21, R72, R74, R76

pdf  Richtlijn (205.34 kB)

  • Acute keelpijn is een frequente klacht in de huisartspraktijk (3 % van alle "reasons for encounter").
    In minder dan één derde van de gevallen betreft het een streptokokkeninfectie. Met de huidige middelen is het niet mogelijk om streptokokkeninfecties snel te onderscheiden van andere keelinfecties: het klinisch onderzoek is onbetrouwbaar en de snelle streptest heeft een te lage sensitiviteit.

  • Alleen bij streptokokkeninfecties werd aangetoond dat antibiotica - gestart binnen drie dagen na het begin van de klachten - het verloop van de aandoening met één à twee dagen kan verkorten.

  • In de westerse landen heeft het geen zin nog antibiotica te starten om acuut reuma of acute post-streptokokken-glomerulonephritis te voorkomen; ook preventie van lokale verwikkelingen door antibiotica is minimaal.

  • Via anamnese en klinisch onderzoek kan men nagaan of er andere pathologie aanwezig is (bv. mononucleosis, peritonsillair abces, enz.) en of de patiënt behoort tot een risicogroep (hartinsufficiëntie, kleplijden, astma, enz.). In dat laatste geval is het aangewezen om toch antibiotica te starten. Penicilline is nog steeds het eerste keus antibioticum.

  • Indien anamnese en klinische onderzoek uitwijzen dat er geen andere pathologie aanwezig is en dat de patiënt niet behoort tot een risicogroep, wordt aanbevolen om de patiënt grondig te informeren over de mogelijke voor- en nadelen van een antiboticabehandeling: op basis van deze informatie kan de patiënt uiteindelijk zelf beslissen welke behandeling hij verkiest.

  • In de behandeling gaat de voorkeur uit naar pijnstilling met paracetamol.