Geneesmiddelenverslaving

Gevalideerd door CEBAM in januari 2009

Auteurs: P. Chevalier, M. Debauche, P. Dereau, D. Duray, J. Gailly, D. Paulus, M. Vanhalewyn

PDF Downloads
icon Geneesmiddelenverslaving (765.89 kB)

Preventie

  • Het bespreken met de patiënt van het verslavingsrisico en/of ontwenningsverschijnselen met risicomedicatie zoals sedativa, tranquillizers, antidepressiva, antipsychotica, analgetica) wordt door vele experts en consensussen aanbevolen.
  • De doeltreffendheid van deze maatregelen worden echter zelden geëvalueerd.

Detectie en diagnostiek

  • De huisarts dient aandachtiger te zijn voor:
    • Het misbruikrisico bij potentieel verslavende medicatie, vooral bij risicopatiënten. In dergelijke situaties, zal de arts het verslavingsrisico regelmatig evalueren.
    • Bij specifieke gedragingen van patiënten die aanzetten tot het exploreren van een eventueel middelenmisbruik.
  • Voor de identificatie van risicopatiënten kan de TICS test gebruikt worden. Deze omvat twee vragen: ‘Hebt u het voorbije jaar meer (alcoholhoudende dranken) gedronken of geneesmiddelen genomen dan u wilde?’ en ‘Hebt u het voorbije jaar het verlangen of de noodzaak gevoeld om te stoppen met drinken of met geneesmiddelen innemen?’ Met deze vragen kan misbruik van alcohol en/of van geneesmiddelen worden opgespoord (Grade 1C).
  • De diagnostische criteria van middelenafhankelijkheid, middelenmisbruik, middelenintoxicatie en ontwenning aan een middel zijn vastgelegd in de DSM-IV (en de CIM-10 in geval van middelenafhankelijkheid) (Grade 1C).

Behandeling

Bij opiatenverslaving

  • De multidisciplinaire behandeling (cognitief-gedragsmatige aanpak) van patiënten die opiaten nemen in het kader van een niet door kanker veroorzaakte pijn en die geneigd zijn tot misbruik van middelen (geneesmiddelen of andere), vermindert pijn en depressie en bevordert het stoppen van de inname van opiaten (Grade 1B).
  • In deze geïntegreerde aanpak is het maken van een contract patiënt/arts en patiënt/apotheker voor het verstrekken van geneesmiddelen doeltreffend (Grade 1C).

Bij verslaving aan benzodiazepines

  • Een geleidelijke dosisreductie is te verkiezen boven een plotse stopzetting van de behandeling (Grade 1A).
  • Een geleidelijke ontwenning in tien weken is aangeraden (Grade 1A). Er is geen bewijs voor het nut om te veranderen van type benzodiazepine (korte versus lange halfwaardetijd) vóór het geleidelijk verminderen van de doses.
  • Het versturen van een brief door de huisarts (advies tot stopzetten en voorstel voor raadpleging) naar langdurige benzodiazepinegebruikers, is doeltreffend in de reductie van het aantal dagelijks voorgeschreven doses en het aantal patiënten dat benzodiazepines inneemt (Grade 1B).
  • Het deelnemen van artsen aan een opleiding over afhankelijkheidsproblemen verhoogt het aantal detectie-interventies, maar ook de verwijzingen van gediagnosticeerde patiënten naar een aangepaste behandeling (Grade 1C).

Bij verslaving aan antidepressiva

  • Ontwenningsverschijnselen kunnen voorkomen bij het stopzetten van een behandeling tegen depressie. Een geleidelijke stopzetting wordt aanbevolen door experts, zonder wetenschappelijk bewijs hiervoor.

Bij verslaving aan antipsychotica

  • Ontwenningsverschijnselen kunnen voorkomen bij het stopzetten van een behandeling met antipsychotica. De gegevens uit de literatuur zijn onvoldoende om hierover aanbevelingen te doen.