1. Te land, ter zee en in de lucht

Fysiologie van de waterhuishouding van mens en dier in een systematische en evolutionaire context.
Filip Lardon, bioloog-fysioloog en doctor in de medische wetenschappen
Tranen en zweet proeven zout. Ook onze plas bevat zout. Dit zoute water in ons lichaam verraadt onze evolutionaire afkomst uit de zee. De verkenning en bevolking vanuit de prehistorische zeeën naar het zoete water van de rivieren en uiteindelijk ook naar het land was een van de grootste mijlpalen tijdens de evolutie, maar ook een van de moeilijkste. De evoluerende organismen werden geconfronteerd met een nieuwe chemische omgeving en met een bijna totaal verlies van een waterig milieu. Verschillende fysiologische hoogstandjes waren noodzakelijk om aan dit nieuwe biotoop aan te passen. Het zijn deze unieke mechanismen die wij als mens vandaag nog steeds met ons meedragen. Onze waterhuishouding is dan ook een staaltje van topfysiologie dat het ons mogelijk maakt om de terrestrische horizonten vlot te verkennen. Deze voordracht zal een overzicht geven van deze fysiologische mechanismen bij dier en mens, in een systematische en evolutionaire context.

pdfpresentatie197.87 KB

2. Als het kraantje niet goed werkt…

Retentie en incontinentie
Jean-Jacques Wyndaele, uroloog
het menselijk lichaam bestaat minstens uit 70 % water. Dat water heeft dan ook een enorm grote rol om gans het mechanisme functioneel te houden. Aanvoer van vers water en afvoer van wateroplosbare afvalstoffen gaan immers continu door.
Het belang van deze gesofisticeerde waterhuishouding is dus gemakkelijk te begrijpen. Wat gaat er gebeuren als het urinewater met de afvalstoffen niet kan uitgeplast worden? Of wat zijn de gevolgen als het water integendeel te pas en te onpas drupt? Hoe krijg ik die afvoer beter: de kraan meer open of meer dicht?
Erg vaak voorkomende problemen met voornamelijk een eerstelijns aanpak.
Er is daar veel mogelijk, maar… ?!

pdfpresentatie589.12 KB

aanvullende informatie:

3. Ik (z)weet

Alles wat je wilde weten over zweten
De commissie Inwooncursus
Lui zweet is gauw gereed… Sommige mensen zweten snel bij een eerder geringe inspanning; anderen blijven droog ondanks het uitvoeren van een zware klus. Waar de ene zweert bij de natuurlijk “ontstressende” kracht van het zweten in een hete sauna, wordt flink zweten door de ander eerder gezien als een last dan een lust. Hoe dan ook, aan de nattigheid van de kleren zal je in alle geval niet kunnen opmaken hoe veel inspanning iets gekost heeft. Misschien was het eerder de emotie dan de inspanning die deed zweten. Of de warmte van de zomerzon… Of lijdt je wel aan één of andere ziekte die het zweten stimuleert. Tante Kaat kent wellicht een remedie om de exocriene of aprocriene zweetplekken op de T-shirts te verwijderen, maar of die “okselvijvers” ook kunnen voorkomen worden is nog een andere zaak. En hoewel de “neus” dit jaar niet centraal staat, kunnen we toch niet voorbijgaan aan die bijzondere olfactorische gewaarwording van zweetvoeten, waartegen de meest onwaarschijnlijke therapieën worden uitgeprobeerd. Samen gaan we op zoek naar oorzaken en doeltreffende behandelingen van zweten.

pdfpresentatie4.17 MB 

aanvullende informatie:

4. Water(over)last

Medische besliskunde interactief
Jef Boeckx, huisarts
Het (acuut) opstapelen van water in ons lichaam kan snel en soms ook onverwacht leiden tot een levensbedreigend probleem. Gelukkig hoeft het niet altijd zo’n vaart te lopen… Tijdens deze interactieve sessie werken wij voornamelijk rond het “diagnostisch redeneren” bij oedemen en gebruiken hierbij de verschillende elementen van het besliskundig denken om dit probleem verder uit te pluizen.
Wat zit er allemaal in ons “diagnostisch landschap” bij deze symptomatologie? Wat is in onze praktijk daarbij dan de voorkans op een bepaalde ziekte? Hoe zeker zijn we dan van een vermoedelijke diagnose? Welke argumenten kunnen we nu vinden om deze hypothesen aan te tonen of uit te sluiten? Hoe sterk zijn de argumenten die we daarbij gebruiken en vooral hoe krijgen we een idee van hun kracht? En is een goede aantoner meteen ook een goede uitsluiter? Tenslotte moeten we natuurlijk beslissen of we tot een actie overgaan of niet en dan kunnen we niet buiten de actiedrempel.
Klinkt dit al bij al wat theoretisch of kan je al aardig overweg met klinisch redeneren? Tijdens deze interactieve les leer je in alle geval hoe je medische beslissingen correct kunt motiveren.

pdfpresentatie4.38 MB

aanvullende informatie:

5. Waar het hart van vol is...

Hartinsufficientie
David Raes, cardioloog
Hartfalen is de nieuwe epidemie. Met een prognose die slechter is dan sommige kankers. Met een enorm impact op levenskwaliteit. En een hoog maatschappelijk prijskaartje.
Gelukkig kunnen we de morbi-mortaliteit sterk verbeteren. Met een andere “life-style”. Met complexe polyfarmacie. Met intensieve samenwerking tussen patiënt, huisarts en ziekenhuisarts.
Daarom een update van al uw vragen. Met de nadruk op de praktijk.

pdfpresentatie17.6 MB - pdfconclusie36.6 KB

aanvullende informatie:

6. De falende filter

Nierinsufficiëntie
Gert Verpooten, nefroloog
Volgens epidemiologische gegevens komt een verminderde nierwerking frequent voor onder de algemene bevolking. Maar wijst deze gedaalde nierfunctie ook steeds op een nierziekte?
In deze voordracht bespreken wij bij welke deelgroepen van de patiëntenpopulatie in een huisartsenpraktijk het nuttig kan zijn om te screenen op nierziekten en welke instrumenten we hiervoor ter beschikking hebben. We ontdekken welke valkuilen vermeden moeten worden bij het evalueren van de nierfunctie en leren de resultaten van een screening naar verminderde nierwerking correct te interpreteren.
Epidemiologische onderzoeken wijzen er ook op dat een verminderde nierfunctie (tenzij ernstig) eerder een cardiovasculaire risicofactor is, dan een risicofactor die voorspelt of een patiënt zal evolueren naar terminaal nierfalen. De “evidence based” preventieve maatregelen die aangetoond hebben dat zij de progressie van nierinsufficiëntie kunnen afremmen of het cardiovasculair risico kunnen verminderen bij nierpatiënten worden uitvoerig besproken.
In dit kader zal tevens een link gelegd worden naar het nieuwe zorgtraject “chronische nierinsufficiëntie”.

pdfpresentatie3.55 MB

7. WG1. Waterpeiling (bloeddruk)

Paul De Cort, huisarts
Het meten van de druk in ons bloedvatensysteem is een dagelijkse klus. Meer en meer meten de mensen zelf hun bloeddruk en maken daarbij gebruik van verschillende soorten toestellen. Maar hoe betrouwbaar is dat allemaal? En wat leren we daaruit? Deze werkgroep gaat uitvoerig in op het belang van een correcte bloeddrukmeting zowel wat betreft de methode (zittend, staand, liggend, linker of rechter arm?), de toestellen (bovenarm of pols?) als de context (thuis of in de praktijk, zelf of door de arts?). Maar naast het klassiek meten van de bloeddruk is een verlaagde “enkel-arm-index” (EAI) een goede voorspeller bij het opsporen van perifeer vaatlijden. Tijdens deze werkgroep leren we dan ook om de EAI op een correcte wijze te bepalen en te interpreteren. We oefenen op onszelf.

pdfpresentatie3.61 MB

aanvullende informatie:

8. WG2. Wateroplosbaar (multipharma)

Tinne De Vos, Eline Vandepitte, klinisch apothekers
Polyfarmacie is een fenomeen dat huisartsen niet vreemd is. Vele bejaarden of chronisch zieke mensen gebruiken een rijke cocktail aan water- of vetoplosbare geneesmiddelen. Combinaties van dergelijke stoffen kunnen echter interacties opleveren met belangrijke nadelen zeker in geval van een beperkte nier- en/of leverfunctie. Het stoppen van overbodige medicatie en het zoeken naar interacties, onverenigbaarheden en ongewenste effecten in een ellenlange lijst van geneesmiddelen is echter niet zo vanzelfsprekend en vaak tijdrovend. Sommige patiënten hebben daarbij soms ook nog slikproblemen, waardoor er naar andere toedieningswegen of andere galenische vormen van het geneesmiddel moet gezocht worden. Twee klinische apothekers willen dit probleem aanpakken aan de hand van een aantal casussen die uit de praktijk gegrepen zijn.

pdfpresentatie442.41 KB

aanvullende informatie:

9. WG3. Waterslang (sonderen)

Veerle Remans, verpleegkundige
Herinner jij je de laatste keer dat je een volle blaas had en niet de mogelijkheid om snel te gaan plassen? Herinner jij je dan ook nog de gedachten die je daarbij had? En nadien… het gevoel toen de blaas eindelijk zijn normale proporties terug aannam? Soms komt het wel eens voor dat er geen mogelijkheid is om die overvolle blaas te ledigen wanneer wij dat willen. Bij een verhoogde uitwendige druk op de plasbuis (door een groeiende prostaat) of wanneer de sluitspier zich niet kan ontspannen. Gelukkig kan er in die omstandigheden toch geprobeerd worden om de druk af te laten via het plaatsen van een katheter langs de natuurlijke toegangsweg. Tijdens de werkgroep leren we op zeer praktische wijze om mensen te sonderen in de thuissituatie. Ook het aanleren van zelfkatheterisatie komt aan bod.
Oefening baart kunst, dus ... dat is wat we gaan doen (maar in deze werkgroep oefenen we niet op onszelf…)

presentatie niet vrijgegeven

10. WG4. Waterverband (wondzorg)

Wilfried Devijver, clustermanager GZA
Een pleister op de wonde... en de rest gaat wel vanzelf. Was elke wondverzorging maar zo eenvoudig. Toch gebeurt het vaak dat bij een kleine schaafwonde er al problemen ontstaan omdat iedere keer het korstje opnieuw open getrokken wordt bij het verwijderen van het verband. Hoe moeilijk is het dan niet om een correcte wondverzorging toe te passen bij meer uitgebreide en chronische wonden. In deze werkgroep leren we onderscheid te maken tussen het arterieel en het veneus ulcus en wordt het belang aangetoond van oedeembestrijding als eerste voorwaarde in de behandeling van een veneus ulcus. Wat is de beste manier om dat overtollige water weg te halen uit die dikke benen? Anderzijds is een juiste waterbalans in de wonde net een garantie voor een voorspoedige wondheling, maar hoe bereiken we dat dan? En wat als de wondheling stil valt? Is water dan ook de enige boosdoener of zijn en nog andere factoren? Een interactieve demonstratie van actieve verbanden en nog veel meer…

pdfpresentatie547.36 KB

11. WG5. Waterhuishouding (diuretica)

Els Huyghe, verpleegkundig specialist hartfalen
Bij ernstig hartfalen kan een uiterst kleine inspanning reeds danig vermoeiend zijn. Ooit vertelde een patiënt mij: “ik ben al moe van de soep naar mijn mond te brengen, en dan moet ik nog slikken…”. Een goed evenwicht van vochtafdrijvende medicatie kan het hart helpen ondersteunen en zodoende de levenskwaliteit verbeteren. Maar het is een delicaat evenwicht van vochtbalans en elektrolyten.
Aan de hand van praktijkvoorbeelden bespreken we de praktische tips voor patiënt en huisarts. Tijdens deze werkgroep oefenen we actief met de verschillende diureticaschema’s, de bijwerkingen van medicatie, de gevolgen van de aandoening en hoe u als huisarts de patiënt best kunt begeleiden/behandelen.

pdfpresentatie838.03 KB - pdfbespreking190.25 KB

aanvullende informatie:

12. WG6. Watersnood (ascites)

Peter Demeulenaere, huisarts en palliatief arts
“Ubi aqua, ubi evacua”. Ascites is een abnormale vochtophoping in de peritoneaalholte, als gevolg van een onevenwicht tussen vochtsecretie en resorptie. In deze praktijkgerichte werkgroep zal de aanpak van ascites toegelicht worden. Vooreerst worden de oorzaken en de klinische kenmerken heropgefrist. Verder wordt op interactieve wijze de behandeling (medicamenteus en niet-medicamenteus) toegelicht. Tevens wordt praktisch gedemonstreerd hoe je een ascitespunctie in de huisartspraktijk uitvoert en welke materialen je daarbij nodig hebt. Tot slot wordt ook nog even stil gestaan bij de techniek van de pleurapunctie en de haalbaarheid hiervan in de thuiszorg.

pdfpresentatie4.46 MB 

aanvullende informatie: pdfMalignant ascites achtergrondtekst98.22 KB

13. Aquavit

Het inwendige milieu (voeding, sportdrankjes,…)
Raf Vandyck, diëtist
Drinken is zo normaal, dat je het dikwijls onbewust doet. Slechts op het moment dat je grote dorst hebt of hoofdpijn krijgt, merk je dat het een essentiële behoefte is. Tijdens deze sessie wordt een overzicht gegeven van de verschillende soorten dranken (zoals water - frisdranken - ‘energiedranken’), de samenstelling en het effect ervan op het lichaam.
Tijdens sporten is het drinken echter een noodzaak om de vochtbalans in evenwicht te houden. In deze sessie zal de noodzaak van drinken tijdens inspanning op fysiologisch vlak aangetoond worden en zullen er oplossingen besproken worden. Sportdranken zijn hierbij een belangrijk middel maar ze worden vaak verkeerd gebruikt. We bespreken de soorten, samenstelling en het gebruik.

pdfpresentatie2.19 MB

14. Aqua mundo

Het uitwendige milieu (vervuiling, kwaliteit van water, …)
Frederik Looten, ingenieur
Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen…
Niet zo lang geleden moesten we een inspanning leveren om water op te pompen en uit de kraan te krijgen. Vandaag verwachten we dat het dag en nacht haast automatisch beschikbaar is in elke gewenste hoeveelheid en met een constante kwaliteit. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Het vergt een enorme knowhow, een uitgebreide infrastructuur en een performante ondersteuning van het netwerk.
Omdat “water” zulk een belangrijk “voedingsproduct” is, gaan we in deze lezing wat dieper in op drie aspecten. We proberen eerst duidelijk te maken hoe drinkwater wordt geproduceerd. Waar komt het vandaan? Daarna bekijken we de kwaliteitskenmerken en gezondheidsgaranties waaraan ons drinkwater moet voldoen. Kan dit water echt wel veilig worden gedronken? Tenslotte illustreren we de uitdagingen die zich stellen om ook in de toekomst dezelfde hoogwaardige kwaliteit te blijven garanderen. Hierbij gaan we enkele economische aspecten niet uit de weg en bekijken terzijde ook even de nieuwe Europese regelgevingen op dit vlak.
Als uitsmijter zien we ons verplicht om ook even stil te staan bij de mogelijke invloeden van de dreigende klimaatverandering op de beschikbaarheid van ons dagelijkse drinkwater.

pdfpresentatie3.48 MB

15. PS1. De spons erover

Diuretica
Thierry Christiaens, huisarts
Diuretica... er zijn er van soorten.
Thiazides en "thiazide like" diuretica, lisdiuretica, kaliumsparende diuretica en combinaties van diuretica; het is meer dan een cosmetisch verschil. Hun farmacologisch aangrijpingspunt en werking is anders maar ook hun klinisch profiel. Zo zijn thiazides en aanverwanten (chloortalidone) veruit de best bestudeerde diuretica bij hypertensie. De andere profiteren een beetje van de goede reputatie van de neef om hun plaats op te eisen. De pas uitgegeven update van de eigen Domus Medica "Aanbeveling Hypertensie" bevestigt de plaats van diuretica als eerstekeuzepreparaat. Waarom toch die oudbollige keuze bij hypertensie? Wat zijn voor- en nadelen? Welke producten verkiezen en aan welke dosis? Zijn diuretica met alles te combineren? Bij hartfalen hebben diuretica in alle stadia nog een plaats, maar hier zullen lisdiuretica en kaliumspaarders veel meer belang hebben. Hebben thiaziden dan nog wel een plaats bij hartfalen? En op welk moment starten we best ook een kaliumsparend diureticum, welk en hoeveel, zijn er nadelen aan? Antwoorden op deze en andere vragen kunt u verwachten in deze interactieve sessie.

pdfpresentatie446.43 KB

aanvullende informatie: BCFI diuretica

16. PS2. Meer dan water in de kelder

Vocht in huis
Mart Verlaek, coördinator MMK-Vigez (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie vzw)
Ramen waar het water langs loopt. We zagen het vroeger wel eens vaker dan nu. De dubbele beglazing voorkomt dat probleem wel wat. Toch kan er ook nu nog veel vocht zijn in huis, en niet alleen in oude huizen. De moderne aanpak van tochtwering en isolatie is niet altijd een voordeel voor een goede ventilatie.
Vochtvlekken en schimmelvorming, we zien het wel eens als we bij patiënten op huisbezoek komen. Kan dit voorkomen worden? En wat kunnen we er zelf aan doen? Is schimmel altijd ongezond? En vocht altijd ziekmakend? Kunnen patiënten echt ziek worden van ongezonde lucht in hun woning. Wat kunnen we de patiënt daarbij aanraden? Bij wie kan je terecht voor meer info? Hoe kan je een ongezonde woning laten onderzoeken.

pdfpresentatie3.46 MB

aanvullende informatie:

17. PS3. Mama, Hel(l)p!

Zwangerschapsbegeleiding
Jasna Neirinckx, huisarts
Ik ben bij de dokter geweest en ik ben zwanger. Ik moet alleen maar foliumzuur nemen. Maar toch vind ik dat mijn buik precies al veel te dik is, hoewel ik nog maar 12 weken zwanger ben. Is dat wel normaal?
Aan de hand van enkele casussen worden verschillende thema’s uit de begeleiding van de zwangere in de eerste lijn besproken. Voor deze gelegenheid leggen we hierbij speciaal wat nadruk op de evolutie van het vruchtwater. Hoewel dit vruchtwater voor een optimale bescherming zorgt van het ongeboren kind, kan het ook de oorzaak zijn van eerder uitzonderlijke problemen. Wat kunnen we als huisarts doen en waarop moeten we letten voor een vroegtijdige opsporing van (pre)eclampsie? En wat als bij het klinisch onderzoek de grootte van de baarmoeder niet overeenkomt met de bepaalde zwangerschapsduur? Tevens bespreken we wanneer een vruchtwaterpunctie precies geïndiceerd is en wanneer die best wordt uitgevoerd.
Bij dit alles baseren we ons op de aanbeveling zwangerschapsbegeleiding van Domus Medica.

pdfpresentatie507.57 KB

aanvullende informatie: richtlijn Zwangerschapsbegeleiding - Domus Medica

18. PS4. Schuim op het water

Nefrotisch syndroom
Ronald Daelemans, nefroloog
Geen bier zonder kraag! Deze kraag wordt veroorzaakt door koolzuurbelletjes die vanuit het bier opstijgen. Rond deze belletjes vormt zich een dunne film met schuimeiwitten uit het gerstebrouwsel. De ingepakte gasbelletjes verzamelen zich aan de oppervlakte en vormen daar de schuimkraag als kwaliteitskenmerk van het bier.
Wanneer er een schuimkraag verschijnt na een flinke plas, zou dat wel eens kunnen wijzen op een mindere kwaliteit van onze nieren. Eiwitten spelen ook dan immers de hoofdrol. En die horen niet thuis in een gezonde plas.
Tijdens deze lezing overlopen we aan de hand van enkele casussen de praktische aanpak van het nefrotisch syndroom. Er wordt vooral aandacht geschonken aan de inbreng van de huisarts: wanneer moeten we echt denken aan het nefrotisch syndroom? Wat zit er in onze differentiaal diagnose? Welke oorzaken zijn belangrijk en welke onderzoeken kunnen wij als huisarts al uitvoeren vooraleer door te verwijzen voor verder onderzoek en behandeling? Hoe pakken we de begeleidende problemen best aan zoals oedeem, hypertensie, hypo-albuminemie, lipidenstoornissen, thrombo-embolische verwikkelingen, anemie, … en waarop moeten we letten bij iemand onder immuunsuppressieve behandeling?
Hoewel veel van deze vragen een antwoord zullen krijgen tijdens deze lezing zal een degustatie niet worden toegestaan…

pdfpresentatie217.78 KB

19. PS5. De nieren maken slagzij: alle hens aan dek?

Niervervangende therapie
Eric Ghijsels, nefroloog
Eens de nierfunctie op een kritische waarde afstevent, dienen enkele knopen te worden doorgehakt en belangrijke keuzen gemaakt: is nierfunctievervangende behandeling (nog) een optie voor deze patiënt? Zo ja, welke optie kiezen we dan? Hemodialyse of peritoneale dialyse? Wat houden deze technieken concreet in? En wat is onze taak daarbij dan (nog) als huisarts? Hoe kan de samenwerking tussen huisarts en het dialysecentrum worden georganiseerd? Is misschien een niertransplantatie haalbaar? En wie is er misschien beter af met een conservatieve aanpak? Wanneer brengen we dit best ter sprake bij de patiënt? En wat zijn de voor- en nadelen van al deze behandelingsvormen? Daarnaast kijken we ook eens naar het prijskaartje: wat kost dat allemaal en welk deel van de kosten draagt de patiënt zelf?

pdfpresentatie1.78 MB

aanvullende informatie: info voor patient over nierinsufficientie

20. PS6. Het andere circuit

Lymfevocht
Caren Randon, thoracale en vasculaire heelkunde
Lymfoedeem van primaire of secundaire oorsprong komt frequenter voor dan men denkt. De prevalentie van primair lymfoedeem bedraagt zowat 1/6000 tot 1/10.000. Secundair lymfoedeem komt nog veel vaker voor: na borstamputatie met okselklier uitruiming voor borst carcinoom vertoont 7 tot 14% van de vrouwen een lymfoedeem van de ipsilaterale arm. Tevens bestaat er ook een hereditaire vorm van lymfoedeem.
De diagnose van primair lymfoedeem is eerder een exclusie diagnose, waarbij de verschillende differentiaal diagnosen moeten onderzocht worden. Complicaties komen vaak voor en dienen op tijd aangepakt te worden om een ernstig stadium te vermijden. Probleem is dan dat het lymfoedeem irreversibel wordt met huidsveranderingen tot gevolg , of zelfs met risico op maligne ontaarding.
De primaire therapie blijft een conservatieve therapie met compressie en lymfedrainage. Op chirurgisch vlak zijn er maar een beperkt aantal mogelijkheden voorhanden en deze zijn eerder experimenteel. Maar preventieve maatregelen en turnoefeningen zijn evenzeer belangrijk.
Tijdens deze sessie gaan we dan ook in op al deze aspecten van diagnose, behandeling en preventie van complicaties.

presentatie niet vrijgegeven

21. Water op pediatrisch voorschrift

Tania Mahler, pediater
Dehydratatie en rehydratatie bij kinderen
Op bruisend tempo gaan we proberen op een stroom van vragen een antwoord te vinden. Een gastro-enteritis met een virus of een bacterie, is er een verschil in de ernst van de dehydratatie? Wat zijn de “goede” klinische tekens voor dehydratatie? Hoeveel water en welk “water “ bij dehydratatie ? Rijst of geen rijst? Wanneer moeten er bijkomende onderzoeken gebeuren? Opname in het ziekenhuis? Revaluatie ? Heeft het bepalen van biochemische parameters nut? Antibiotica” ja” of ” nee” ? en probiotica….? En prebiotica, zink, homeopathie? Herintroductie voeding graag traag of vlug? Veel vetten of weinig? En wat met de persisterende diarree? Wanneer terug naar de kribbe, de school?

pdfpresentatie1.74 MB

aanvullende informatie: NHG standaard Acute Diaree

22. Water op geriatrisch voorschrift

Griet Verhaert, geriater
"Dokter, drinkt ons moeder niet te weinig?". Een vraag die we wel eens vaker horen, vooral op warme zomerdagen of wanneer “moeder” verblijft op een warme en droge rusthuiskamer…
Dehydratie in de geriatrie is allerminst droge materie!
Ouder worden gaat immers gepaard met een verminderd vermogen tot homeostase: de complexe water- zout huishouding is hier een goed voorbeeld van. Wat gebeurt er bij het normale verouderen en welke problemen treden op? Wat zijn eerste tekenen van probleemsituaties en hoe kunnen hier alert op reageren? Onderschat vooral de preventieve rol van de huisarts niet: correcte motivatie van patiënt en zijn thuis- of rusthuisomgeving kan veel leed voorkomen in deze fragiele populatie naast enkele doeltreffende organisatorische maatregelen.
Hopelijk brengt deze voordracht hierin een goed inzicht. Volgende vragen zullen daarbij zeker worden beantwoord: moet ik de patiënt nu ‘water’ geven of ‘zout’? Of water met veel zout of met weinig zout? En hoeveel dan? Hoe snel? Hoe? Kortom: "water op medisch-geriatrisch voorschrift ".

pdfpresentatie2.99 MB

23. Urgenties …

De commissie Inwooncursus

pdfpresentatie3.81 MB