1. Het vuur aan de schenen…

Johan Wens en Emmanuel Samyn

U kent ons als twee huisartsen die in vuur in vlam staan voor ons beroep, en voor het onderwijs…
We nemen jullie op deze eerste dag van ons congres mee doorheen het ‘huisarts-zijn’ en de ‘huisartsenliteratuur’ op een interactieve manier.
Zoals steeds verklappen we nog niet meer…

pdfpresentatie1.01 MB

2. WG1. Naaien is terug hot

Peter Dieleman, huisarts

U heeft het wellicht al gemerkt: handwerk, breien en naaien is weer hip..! Na een korte theoretische inleiding krijgen we een mooie demo van de meest courante en interessante steken en gaan dan zelf aan de slag op varkenspoten.
We doen dit op een interactieve manier en leren zo elkaars "geheime" tips en tricks...

pdfpresentatie2.48 MB

3. WG2. Zet hem voor en puf er door

Tijl Jonckheer, kinderarts pneumoloog (longziekten, astma en allergie).

Puffers allerhande, voorzetkamers in de nieuwste stijlen en de ouderwetse 'natte' aerosols. Voor kinderen met astma of ademhalingsproblemen is er voor elk wat wils. Maar hoe zat het weer met de indicatie? Welke producten en in welke doseringen horen bij welke leeftijd of, was het gewicht? Wanneer kunnen we toch maar beter doorverwijzen?

In deze workshop verkennen we de wondere wereld van de puffer, de verschillende toedieningsvormen met hun pro's en contra's, hoe de de patiënt het best instruere en opvolgen en hoe veilig dit allemaal is.

pdfpresentatie1.83 MB

4. WG3. Met de hand op 't hart

Walter Renier, huisarts.

Reanimeren van een persoon in circulatiestilstand,vroeger sprak men van hartstilstand, is een taak voor elk individu.
Het is bewezen dat cardio-pulmonale reanimatie (CPR) van kwaliteit en snel (binnen de 3 minuten) toedienen van een schok de overleving doet toenemen tot 60%. De meeste circulatie stilstanden gebeuren thuis (65-75%); in 25-35% van de gevallen komen deze voor op publieke plaatsen.
In de helft der gevallen thuis is een huisarts aanwezig.
Automatische defibrillatoren (AED) worden overal geplaatst. CPR is en blijft de basis van het succes en AEDs verhogen deze kans.
Het kan toch niet dat huisartsen niet zouden kunnen reanimeren, maar de politie wel. Deze opleiding is voor huisartsen belangrijk: men redt mensenlevens.
Met deze hands-on opleiding zal u na afloop weten hoe een circulatiestilstand snel te herkennen, hoe een goede CPR wordt uitgevoerd en hoe een AED veilig wordt gebruikt.

pdfpresentatie1.59 MB

Achtergrondinformatie:

5. WG4. To tape or not to tape...

Kristof De Corte, kinesitherapeut.

Taping is een therapeutisch middel dat in de klinische praktijk gebruikt kan worden met een verschillend doel.
Bij inflammatoire pijn dient taping om kwetsbare weefsels in de (sub)acute fase na trauma/overbelasting partieel te ontlasten. Het ontlasten kan enerzijds door beweging te beperken zoals bij inversietrauma van de enkel of lage rugpijn bij mensen met stabilisatieprobleem naar flexie, anderzijds door de betrokken spieren/pezen in hun functie te ondersteunen zoals bij een tendinitis van de supraspinatus, tenniselleboog, golferselleboog, patellapeestendinitis.
Bij mechanische pijn kan taping zinvol zijn om optimale houding en bewegingspatronen te faciliteren. Na deze workshop ben je in staat om voor een aantal van deze verschillende presentaties een tape aan te leggen. Voor de mannen in de groep is het belangrijk dat ze zich ook reeds voor de workshop bezinnen over de volgende vraag: ‘to shave or not to shave?’!

pdfpresentatie741.62 KB

Achtergrondinformatie:

6. WG5. Tricky Pricks

Lenie Jacobs, huisarts.

Tijdens deze werkgroep maken we je vertrouwd met de infiltratietechnieken van de pols/hand en de enkel/voet.
Met het dermatografisch potlood in de hand frissen we de anatomie in vivo op. Nadien volgen we de wegwijzers in de klinische benadering en in de indicaties en de techniek van infiltraties.

pdfpresentatie527.55 KB

Achtergrondinformatie: pdfinfiltratietechniek tekst68.24 KB

7. WG6. Mummies for dummies

Ann Jamers, verpleegkundige HiVSet Turnhout.

De ene mummie is de andere niet… Wie verdient het om ingewikkeld te worden en bij wie zullen we onder andere op basis van een enkel/arm index besluiten dat dit absoluut uit den boze is.
Wanneer is de rek er uit? Wat is kort en wat is lang?
Hoe herkennen we een goed aangelegde windel en hoe kunnen we dit zelf min of meer restaureren als we toch eens een wonde moesten bekijken onder het textiel?
Overigens, wat zijn de aandachtspunten rond huidverzorging onder zo’n hoopje textiel?
Welkom in de wondere windelwereld…

pdfpresentatie326.94 KB

8. WG7. Vlammende ruzie?!

Linde Tilley, huisarts.

Eén derde van de misdrijven in België vallen onder de noemer van ‘Intrafamiliaal Geweld’ (IFG) . Deze spiraal van geweld heeft een grote impact op de gezondheid van alle gezinsleden, zowel fysiek als psychisch. Als huisarts ben je de geknipte persoon om risicogezinnen te ondersteunen en naar de juiste instanties te leiden. Hoe leer je de signalen herkennen? Wat is de dynamiek binnen een IFG-relatie? Hoe kaart je zo’n heikel thema aan? Welk stappenplan kan je tijdens de consultaties ondersteunen in het bieden van de gepaste hulp?
We vertrekken graag vanuit casussen uit jullie praktijk.

pdfpresentatie579.72 KB

9. In ’t heetst van de strijd

Lenie Jacobs en Emmanuel Samyn

Als huisarts worden we zelden geconfronteerd met medische urgenties. Toch moeten we snel en adequaat handelen in urgente situaties. De aanpak van urgentiegeneeskunde verschilt van de dagelijkse routine: een degelijke, rustige anamnese, een betrouwbaar en grondig KO, opzoekingen in het medisch dossier zijn dan in de praktijk vaak moeilijk of onmogelijk.
Urgentieschema's dringen zich als houvast op. We bespreken tijdens deze sessie de voornaamste cardiale en pulmonale urgenties met hun geijkte aanpak. Wat kan of moet ik als huisarts 'pre-hospitaal' doen en wat liefst niet?

pdfpresentatie1.45 MB

Achtergrondinformatie:

10. Vuur in het hoofd?

Jo Lisaerde, huisarts en docent ACHG KUL.

Neurologische aandoeningen zijn meestal chronische aandoeningen die zich kenmerken met een traag verloop. Toch zijn er ook acute events die de patiënt en zijn omgeving plots kunnen verrassen. De manier waarop deze neurologische urgenties zich presenteren zijn zeer divers. De huisarts zal levensbedreigende symptomen moeten inschatten, spoed en geen spoed moeten onderscheiden. Duizeligheid is bv. meestal banaal, maar toch mag die ene hersentumor niet gemist worden: een goede besliskundige benadering is hier zeker aan de orde.

pdfpresentatie787.01 KB

11. Heet, heter...te heet

Paul Calle, urgentiearts-internist spoedgevallendienst AZ Middelares Gent en hoofddocent Universiteit Gent.

In Vlaanderen sakkeren we vaak over het slechte weer.
Soms krijgen we toch eens meer dan ons lief is en teistert een hittegolf onze contreien. Uit statistieken blijkt duidelijk dat deze periodes gepaard gaan met een belangrijke oversterfte. Bijgevolg moeten artsen inzicht hebben in de (patho)fysiologie van de thermoregulatie, de risicofactoren en –groepen voor hitte gerelateerde ziektebeelden kennen en de klachten en de klinische presentatie van zonne-en hitteslag vroegtijdig kunnen herkennen.
Voor huisartsen ligt een belangrijke taak in de preventie.
Huisartsen kennen immers de leefwereld van veel risicopersonen zoals bejaarden en personen met chronische neuro-psychiatrische aandoeningen waardoor ze concrete en aangepaste preventieve maatregelen kunnen laten treffen.
Ook in woon- en zorgcentra is het aangewezen dat huisartsen aandacht hebben voor specifieke procedures bij een hittegolf.
Aansluitend bespreken we aan de hand van casussen bij bedlegerige patiënten, sporters, zonnekloppers, bouwvakkers, … de wisselende klinische presentatie, differentiaal diagnostiek en therapeutische mogelijkheden.

pdfpresentatie146.15 KB

Achtergrondinformatie: pdfthermoregulatie fysiologie en pathologie138.24 KB

12. Voor hete vuren

Marc Pareit huisarts, korpsarts brandweer en verantwoordelijke ambulancedienst 100 te Lichtervelde, erkend lesgever WOBRA

'Vuur en vlam' doet uiteraard denken aan de brandweer… wat als een brandend enthousiaste huisarts ook nog actief is bij de brandweer?
Geen gevaar voor zelfontbranding in deze les, maar een oplijsting van raakpunten tussen deze dienst, gespecialiseerd in noodsituaties, en onze dagelijkse praktijk.
Hoe zat het ook al weer met CO, waarop kunnen we letten? Wie contacteren we als we een woning verdenken van CO-gevaar? Wat zijn de signalen van een CO-intoxicatie?
Hoe zat het ook al weer met eerste opvang van brandwondenslachtoffers?
Wat is onze plaats als huisarts (of huisartsenkring) in het rampenplan?
Of, minder ver van ons bed: voor eigen praktijk en woning: enkele nuttige tips uit de vier pijlers van de brandbeveiliging: brandpreventie, brandmelding, brandbestrijding en evacuatie.

pdfpresentatie4.6 MB

13. SOS... mijn kind heeft reflux!

Prof. Dr. Yvan Vandenplas, kinderarts- gastro-enterologie.

Slokdarm impedantiemeting is de nieuwe rijzende ster van de gastro-enterologische onderzoeken. Deze techniek laat toe om op een betrouwbare wijze zure maar ook niet-zure reflux te meten. Het belangrijkste voordeel van deze techniek zit wellicht in het feit dat het mogelijk is om een tijdscorrelatie te maken tussen reflux en een symptoom.
In België schrijven we minstens één keer een proton pomp inhibitor voor aan meer dan 20 % van alle baby's onder één jaar. De doelgroep is vooral de lastige, zeurende, huilende zuigeling. Deze kinderen hebben immers "verborgen reflux". Dus moet er een overtuigende evidentie zijn dat zuurremmende medicatie in deze doelgroep vrij efficiënt is, toch?
Een recent onderzoek in Frankrijk toonde aan dat KNO-artsen meer frequent proton pomp inhibitoren voorschrijven dan gastro-enterologen. Vrijwel elk kind met recidiverende luchtweginfecties, hoesten, astma is verdacht op pathologische reflux, en wordt hiervoor behandeld. Maar wat leert de literatuur ons?

pdfpresentatie2.09 MB

Achtergrondinformatie:

14. De huisarts als nachtwinkel

Hilde Philips

Sinds de oprichting van de eerste huisartsenwachtpost in Vlaanderen, nu toch alweer tien jaar geleden, is de huisartsgeneeskunde flink geëvolueerd.
Niet alleen voor de hulpverlening buiten de kantooruren, maar ook tijdens de ‘normale’ werkuren zien we een evolutie naar samenwerking binnen en tussen praktijken.
We gaan we verder in op wat de komst van de huisartsenwachtposten in Vlaanderen teweeg heeft gebracht, voor de arts en maar ook voor de patiënt.
Bieden de wachtposten een oplossing voor de problemen die destijds aangevoerd werden?
Hoe staat de “gemiddelde” huisarts hier tegenover?
En vooral, wat kunnen we in de toekomst nog verwachten voor onze zorg buiten de uren? Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen?
Laat ons vooral ook eens over de grenzen kijken!
In deze interactieve voordracht komt ook aan bod wat je hier zelf altijd over wilde weten, maar nooit durfde of kon vragen! Hartelijk welkom dus!

pdfpresentatie1.37 MB

Achtergrondinformatie: KCE rapport Evaluatie forfaitaire pers. bijdrage voor gebruik spoedgevallendienst

15. PS1. Slaap zacht ...

Koen Herweyers, huisarts.

Palliatieve sedatie is niet weg te branden uit de actualiteit. De plaats en de verschillende aspecten van palliatieve sedatie zijn echter niet altijd even duidelijk, niet voor de dokter, niet voor de patiënt en al zeker niet in het maatschappelijk debat. Daarbij komt nog dat een palliatieve sedatie thuis niet zonder risico is, een behandeling met veel onbekende variabelen aan de start. Aan de hand van jullie vragen, voorbeelden uit de praktijk en de nieuwe guideline proberen we duidelijkheid te scheppen. Wat is palliatieve sedatie? Wat is het niet? Wanneer kan het worden toegepast? Wat is een refractair symptoom? Welke zijn de risico’s? Hoe verloopt het praktisch stap voor stap? En… wat als het fout loopt?

pdfpresentatie967.71 KB

Achtergrondinformatie: palliatieve sedatie richtlijn pallialine - website

16. PS2. De Pil: een sexy keuze

Esther van Leeuwen, huisarts.

Ziet u ook soms door de bomen het bos niet meer wat de anticonceptiemiddelen betreft?
Tegenwoordig kunnen kiezen uit een enorme variatie: in vorm, aantal dagen, samenstelling , kleur,indicatie, ….
Om het nog “vrouwelijker” te maken geeft men naast de “oude getrouwen” ook nog eens een heleboel generieken met schoonklinkende namen.
Om wat licht in de duisternis te brengen zou ik u deze sessie van harte aanbevelen. We zullen vertrekken vanuit de vragen: “wie is de patiënte, wat heeft zij al meegemaakt , welke specifieke bijzonderheden heeft zij, wat is haar leeftijd, rookt ze, hoeveel weegt ze, neemt ze andere medicatie, geeft ze borstvoeding, wat zijn haar specifieke noden?”
Zeker weten dat u na deze sessie met een frisse kijk weer weet wat u moet kiezen. Ook als er af en toe wel eens een pilletje wordt vergeten…

pdfpresentatie1.26 MB

Achtergrondinformatie: Richtlijn anticonceptie Domus Medica

17. PS3. ‘New brands’

Prof. dr. Thierry Christiaens, huisarts.

Een ganse reeks nieuwe medicijnen komt op ons af: nieuwe anticoagulantia, antidiabetica, neuroleptica, combinatiepreparaten, 'me too medicatie'…
Met de literatuur in de kritische hand becommentariëren we de stellingen:
'Nieuwe bezems vegen beter.'
'Never be the first to try the new nor the last to lay the old aside.'

pdfpresentatie1.9 MB

18. PS4. Een pintje, een jointje, een lijntje, een wijntje…

Rita Verrando, huisarts.

We leven in de Cava-cultuur: moeders en dochters drinken op een terrasje al lang geen frisdrank meer maar ‘een gezellig wijntje of een lekker cavaatje’. Een pintje, een jointje, een lijntje, een wijntje…, mooi die verkleinwoorden, niet? Klinkt lief en onschuldig, er is niets aan de hand, tenzij… je te jong bent, te oud bent, tenzij je zwanger bent of tenzij je langzaam maar zeker teveel gaat gebruiken. Hoe verloopt dit, wat speelt er mee? Wat maakt jongeren nu net zo kwetsbaar? Welke zijn de beschermende factoren, welke zijn de risicofactoren, welke preventie werkt en wat kan je doen als het ‘net iets te ver zit’?

pdfpresentatie1.63 MB

Achtergrondinformatie: VAD-website

19. PS5. 'HELP', I need somebody, hèèèèlp!

Marieke Impens, klinisch psycholoog.

Grote ogen, hulpeloze blik, massale onrust in de spreekkamer, zweten, beven en tussen het hyperventileren door nog net: “help dokter, ik ga dood,”.
We bespreken de mechanismen die aan de grond liggen van een paniekaanval. Hieruit leiden we dan concrete interventies af die op dat moment zinvol zijn.
Paniekaanvallen kunnen optreden in het kader van verschillende angststoornissen, zoals bij specifieke fobieën, obsessief compulsieve stoornis, sociale angst en hypochondrie.
Bij de paniekstoornis maken ze de kern uit van het probleem. In deze workshop geven we dan ook meer aandacht aan de paniekstoornis, de behandelwijze en de rol van de huisarts hierin: wanneer schrijf je medicatie voor? Hoe stel je de patiënt gerust, en is geruststellen wel altijd een even zinvolle strategie?
Moet ik hem/haar doorsturen naar een ademhaling- en relaxatietherapeut, of zijn er andere en betere alternatieven?
In de workshop zullen we aan de hand van voorbeelden en casussen uit de praktijk praktische handvatten meegeven waarmee de arts aan de slag kan in zijn eigen huisartsenpraktijk. Daarnaast besteden we aandacht aan zijn rol bij een goede doorverwijzing.

pdfpresentatie1013.02 KB

achtergrondinformatie: pdfangst flow chart37.61 KB

20. PS6. Hap- slik: bel 070245245

Catherine Deraemaeker, huisarts

'Melk verricht geen wonderen'… natuurlijk wel, maar niet in geval van vergiftiging… als tegenhanger van dit hardnekkig misverstand hebben we professionele wapens in de strijd tegen intoxicatie.
Welke giftige gevaren zijn er zichtbaar en onzichtbaar aanwezig in onze woon- en werkomgeving?
Welke problemen doen zich het vaakst voor?
Wat kunnen we doen als huisarts om dit te voorkomen?
Als voorkomen niet meer van toepassing is: hoe grijpen we juist in, wat doen we best wel en wat beter niet? Waar liggen de valkuien en hete hangijzers?

pdfpresentatie2.33 MB

Achtergrondinformatie:

21. PS7. Met het spiraal aan de slag

Annie Goeman, huisarts.

‘Klein voorwerp dat voor anticonceptie in de baarmoederholte wordt aangebracht’… deze opdracht kunnen we in kruiswoordraadsels wel makkelijk oplossen.
In deze workshop gaan we echter opnieuw aan de slag met het spiraal. We oefenen het plaatsen en verwijderen in, en bespreken de indicaties, al dan niet voorbereidende onderzoeken, echografie en opvolging…

pdfpresentatie647.88 KB

Achtergrondinformatie:

22. Ik ging op reis en bracht mee…

Dr. Joannes Clerincx, Instituut voor Tropische geneeskunde Antwerpen

‘Ik ging op reis en bracht mee…’
Bij patiënten die consulteren na een recente reis naar een verre, exotische al dan niet (sub)tropische bestemming, moeten we altijd rekening met de mogelijkheid van een importziekte. Dit omvat niet alleen tropische ziekten. ‘Echte’ tropische ziekten kan men enkel in de tropen oplopen, omdat er een tussengastheer of vector nodig is die enkel in de (sub)tropen voorkomt.
De ‘drie tenoren’ van de geïmporteerde infectiezieken zijn: koorts, huidaandoeningen en diarree.
Een heel andere categorie van aandoeningen kan men klasseren onder ‘wilderness medicine’. Hieronder vallen o.a. bepaalde exotische voedselintoxicaties en blootstelling aan beten van reptielen en zeedieren.
Voor de praktijk is het vooral belangrijk te weten welke koortsende importziekten we niet mogen missen vanwege het risico op (te vermijden) verwikkelingen. Snelle diagnostiek en therapie zijn van levensbelang bij malaria, buiktyfus en Oost-Afrikaanse slaapziekte.
De meeste importziekten (Dengue, rickettsiose, acute schistosomiase, rickettsiosen) verlopen minder snel of milder, zodat er wat meer tijd is voor diagnose en behandeling. Een aantal van deze aandoeningen vereisen specifieke ‘orphan drugs’, die slechts beperkt beschikbaar zijn. Bovendien zijn kosmopolitisch voorkomende infectieziekten een even belangrijke verwekker van koorts na tropenverblijf.
De eerstelijnsgeneeskunde heeft als taak deze aandoeningen te kunnen onderkennen en specialistische hulp te zoeken indien nodig. Een groot aantal aandoeningen met specifieke epidemiologische en klinische tekenen (o.a. Afrikaanse tekenkoorts) kan ook door de huisarts behandeld en opgevolgd worden.

presentaties

Achtergrondinformatie:

23. De 50 tinten vaccins, de vurige vaccinator

Pieter Neels.

De pioniers van het vaccineren, iets meer dan 200 jaar geleden, moesten vechten om hun inzichten te verdedigen. Nog steeds roepen vaccinaties terecht kritische vragen op, maar ook een aantal onterechte mythes blijven leven.
De antivaccinlobbies zijn actiever dan ooit, maar is deze activiteit gerechtvaardigd?
Zijn er nieuwe ontwikkelingen in de vaccinologie? Zijn er indicaties om een zwangere vrouw te vaccineren? Werden er de laatste jaren nieuwe vaccins geregistreerd die we kunnen gebruiken? Is het ene vaccin tegen baarmoederhalskanker hetzelfde als het andere? Hoe verklaren we een mazelenopstoot ondanks een vaccinatiegraad van 97%? Hoe zit het ook al weer met pertussis – zijn alle hoestende kinderen kandidaten voor bronchodilatoren of ontdekken we nog wel een kinkhoest? Een vurig pleidooi pro kritisch en enthousiast vaccineren op lokaal en internationaal niveau.

pdfpresentatie1.9 MB

Achtergrondinformatie: Vaccinatiefiches hoge gezondheidsraad - website