Hoe goed begrijpen patiënten GVO-materiaal?

Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO) behoren tot de kerntaken van iedere huisarts. We ondersteunen deze taak vaak door folders mee te geven of patiënten te verwijzen naar betrouwbare websites. Maar staan we eigenlijk wel voldoende stil bij de vraag of de verstrekte informatie wel voldoende op hun maat geschreven is?

De resultaten van een recente Engelse studie roepen verontrustende twijfels op: ze schat dat 43% van de volwassen het voorlichtingsmateriaal wellicht niet effectief kan gebruiken! In een eerste stap gaf een panel van vijftig experten voor verschillende GVO-materialen aan welk minimaal niveau van geletterdheid er vereist is om dit GVO-materiaal efficiënt te kunnen gebruiken. Hierbij keek men naar een brede waaier van GVO-materiaal over gezondheid en veiligheid zoals de folders die huisartsen gebruiken, het materiaal voor gezondheidscreening, maar ook informatie over veilig verkeer.

Daarna extrapoleerden ze de resultaten van een grootschalige enquête over de geletterdheid van Britse volwassenen naar de drempels die ze hadden bepaald om het GVO-materiaal te kunnen begrijpen en gebruiken. Geletterdheid werd in die enquête in drie dimensies geëvalueerd: vermogen tot lezen en schrijven, rekenvaardigheden en ICT-vaardigheden. De enquête gebruikte data van meer dan 6000 deelnemers tussen 16 en 65 jaar oud (volwassen zijn werd dus breed gedefinieerd). Op basis hiervan werden de deelnemers ingedeeld in verschillende niveaus van ‘geletterdheid’.

De onderzoekers concluderen dat 43% van de volwassenen niet in staat was om de verstrekte informatie te begrijpen en om adequaat de beschreven richtlijnen op te volgen. Een greep uit de voorbeelden: bijna de helft (43%) van volwassen achtte men niet in staat om op basis van de verstrekte informatie de juiste dosis paracetamol voor een kind te bepalen; ook bijna de helft (43%) van de volwassenen werd als onvoldoende geletterd beschouwd om effectief de instructies te begrijpen hoe een kinderzitje veilig in een auto geplaatst moet worden; van zo goed als de helft van de deelnemers (49%) kon niet worden verwacht dat ze de instructies van een darmkankerscreeningkit konden begrijpen en opvolgen en ten slotte mocht men van slechts een kwart van de volwassen verwachten dat ze hun Body Mass Index konden aflezen van een tabel.

De belangrijkste zwakte van de studie is dat het een extrapolatie betreft en dat er dus niet effectief getoetst werd hoe het GVO-materiaal op een efficiënte manier begrepen en/of toegepast werd. Toch doen de vermelde percentages wel even de wenkbrauwen fronsen. Eerder rapporteerden we in deze rubriek al over de (erg beperkte) anatomische kennis van patiënten.1 De resultaten van de hier besproken studie wijzen alleszins in dezelfde richting: we moeten ons hoeden om de ‘medische’ kennis en vaardigheden van onze patiënten te overschatten. GVO-materiaal moet daarom niet achterwege gelaten worden, integendeel, er is duidelijk nood aan. Maar wellicht is meer onderzoek nodig naar de manier waarop de juiste doelgroepen bereikt kunnen worden. Het zou wel eens kunnen zijn dat het huidige materiaal slechts een beperkte fractie van de bevolking bereikt, terwijl deze groep waarschijnlijk net niet het meest behoeftig is.

Marc Van Nuland

Mayor S. Nearly half of adults in England don’t understand health information material, study indicates. BMJ 2012; 345:e8364.


Literatuur

  1. Van Nuland M. Overschat de anatomische basiskennis van uw patiënten niet! Huisarts Nu 2009;38:251.