Ik voel me zo lelijk

van Heycop Ten Ham B. Ik voel me zo lelijk. Ingebeelde lelijkheid of body dysmorphic disorder. Zorgen voor jezelf. Amsterdam: Uitgeverij Boom;2012:124 blz. ISBN 978-94-610-5735-8

Veel mensen voelen zich niet honderd procent gelukkig met hun uiterlijk, maar ze lijden er niet echt onder. Sommige mensen voelen zich echter lelijk en dit hindert hen om van hun leven iets te maken. Ze tobben veel over hun uiterlijk en zijn vaak obsessief bezig met hun uiterlijk. Meestal heeft deze pathologie iets te maken met ontevredenheid over andere zaken in het leven: onverwerkte emoties, sociale angst en verlegenheid of depressie. Veel mensen met Body Dysmorhic Disorder (BDD) komen in een isolement terecht. 

Personen met BDD die bijvoorbeeld omwille van scheefstand van hun neus of voor liposuctie een plastisch chirurg raadplegen, gaan best ook langs bij een psycholoog. Een gecombineerde behandeling leidt tot een hoger slaagpercentage. Personen met een BDD hebben vaak torenhoge verwachtingen van de ingreep. Indien deze verwachtingen niet gerelativeerd worden, is het risico op suïcide groter.

Personen met BDD raadplegen ook best een psychiater. De laatste tien jaar is er steeds meer deskundigheid gekomen in de behandeling hiervan. De behandeling richt zich op het verminderen van de gevoelens van onrust en onvrede ten aanzien van het uiterlijk, het geleidelijk afbouwen van alle dwangmatige rituelen rondom het uiterlijk, het doorbreken van vermijdingen en het behandelen van de gevolgen van BDD. Er bestaan drie strategieën voor de behandeling: medicatie (SSRI’s: Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitor), cognitieve therapie en verwerkingstherapie. 

Bij een vermoeden van BDD is het belangrijk om dit te bespreken met die persoon, om de eigen bezorgdheid te uiten daarover en om hem of haar door te verwijzen naar een psychiater zodat de betrokkene de gepaste therapie kan krijgen. 

Het boek bevat verder nog een literatuurlijst en verwijzingen naar websites evenals een aantal bijlagen.

Het is zeker nuttig dat artsen deze relatief nieuwe pathologie kennen en het durven bespreken met de patiënt. Het boekje leest vlot. De auteur is klinisch psycholoog/psychotherapeut en cognitief gedragstherapeut. Hij geeft ook les in de cognitieve gedragstherapie en is mede-eindredacteur van de serie ‘Zorgen voor jezelf’. Vanuit zijn praktijkervaring licht hij de therapie toe met praktijkvoorbeelden, wat het geheel zeer leesbaar maakt.

Lut De Deken