Practicum huisartsgeneeskunde: Voeding

Van Binsbergen JJ, Mathus-Vliegen EMH. Voeding. Practicum huisartsgeneeskunde, een serie voor opleiding en nascholing. Amsterdam: Reed Business;2011:85 blz. ISBN 978-90-352-3365-2

Het is hoog tijd dat de huisartsen zich weer meer gaan bezighouden met voeding. Zo begint de inleiding van dit deeltje over voeding van de gekende Nederlandse reeks ‘Practicum huisartsgeneeskunde’. Waarom we dat moeten doen, lijkt zo klaar als een klontje. De zogenaamde welvaartsziekten zoals diabetes type 2, hypertensie, atherosclerotisch vaatlijden en dus ook obesitas nemen wereldwijd endemische vormen aan. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bestempelt obesitas als een chronische ziekte die levenslange zorg behoeft. De mens heeft in het verleden een uitzonderlijk adaptatievermogen ontwikkeld waarbij hij kon overleven in barre tijden door het opslaan van vetreserves in periodes van overvloed. Maar wat als die barre tijden nooit aanbreken? Dan blijkt ons lichaam toch niet erg bereid om die voorraad aan te spreken, met welvaartsziekten tot gevolg.

Tips en tricks

Hoe we onze patiënten het best helpen op weg naar een gezond voedingspatroon is minder evident. Het boekje tracht aan de hand van enkele herkenbare casussen een aantal tips en tricks mee te geven om voeding bespreekbaar te maken en samen met de patiënt naar praktische oplossingen te zoeken. 

Het eerste hoofdstuk brengt ons in herinnering hoe een normale voeding er moet uitzien. In Nederland gebruikt men daarvoor de ‘schijf van vijf’, het equivalent van ons Vlaamse ‘actieve voedingsdriehoek’. Jammer dat deze niet even vermeld wordt door de Nederlandse auteurs. Vlaamse huisartsen vinden de meeste informatie over de voedingsdriehoek en hoe ermee te werken vooral bij www.eetexpert.be en www.mijndriehoek.be. 

Kernboodschappen obesitas

In het tweede hoofdstuk worden een aantal kernboodschappen meegegeven om op een rustige, niet-beschuldigende manier een gesprek aan te gaan met een patiënt met overgewicht of obesitas. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om te benadrukken dat een gewichtsverlies van 5 à 10% al een substantiële gezondheidswinst oplevert, zoals minder kortademig zijn, een daling van de bloeddruk en een daling van de nuchtere glykemie. Bij een grote groep patiënten zal zelfs dit niet lukken en dan is het van belang om de patiënten erop te wijzen dat behoud van lichaamsgewicht het hoogst haalbare is en dat ze zich vooral moeten concentreren op het reduceren van andere risicofactoren zoals roken, overmatig alcoholgebruik, te weinig beweging. In dit hoofdstukje pleit men om naast de body mass index (BMI) ook de buikomvang te registreren aangezien niet alleen de absolute hoeveelheid vet, maar ook de vetverdeling belangrijk is als maat voor het risico op comorbiditeit.

Hoofdstuk 3 gaat kort in op obesitas bij kinderen. We vinden hier een handige tabel met de referentiewaarden voor de BMI bij jongens en meisjes tussen 2 en 18 jaar. Wat de aanpak betreft, wordt gestreefd naar een gecombineerde leefstijl-interventie met een gezond voedingspatroon, verhogen van de lichamelijke activiteit en eventueel gedragstherapie waarbij de gezinsaanpak de voorkeur verdient.

Voeding in specifieke situaties

In hoofdstuk 4 wordt onze kennis over de fysiologie van de ontlasting opgefrist en het belang van een voldoende vezelrijke voeding aangehaald. Ook de rol van voeding bij darmkanker, diverticulose en flatulentie wordt kort aangestipt.

In hoofdstuk 5 wordt stilgestaan bij het belang van voeding in de palliatieve setting. De nadruk ligt hier (gelukkig) op de kwaliteit van leven, waarbij eten beschouwd wordt als een hoeksteen van menselijke waardigheid. Dit neemt niet weg dat een aantal kleine voedingsaanpassingen, eventueel onder begeleiding van een diëtist, wel kunnen leiden tot een betere symptoomcontrole .

Uiteraard mag ook het probleem van ondervoeding niet over het hoofd gezien worden, een gekend probleem bij ouderen en bij chronisch zieken. In hoofdstuk 6 wordt aangeraden om risicopatiënten hierop te screenen. Zet met andere woorden ook uw niet-obese patiënten eens regelmatig op de weegschaal! Wist u trouwens dat een glas melk of vruchtensap bij elk eetmoment al in belangrijke mate bijdraagt tot het verbeteren van de voedingsstatus?

Geneesmiddelen en voedingssupplementen

Een moeilijker maar desalniettemin zeer interessant hoofdstukje handelt over de invloed van voedsel en drank op de resorptie, biologische beschikbaarheid en de werking van geneesmiddelen. Moeilijk omdat het nu eenmaal niet mogelijk is om dit allemaal te onthouden. Regelmatig de tabelletjes eens herbekijken is de boodschap!

Verder treffen we nog een relevant hoofdstukje aan over de zin en onzin van verrijkte voedingsmiddelen, vitaminesupplementen, pre- en probiatica,… Uitgangspunt is dat een gevarieerd voedingspatroon voldoende energie en bouwstenen bevat om in de dagelijkse behoefte te voorzien. Gekende uitzonderingen zijn foliumzuur bij zwangere vrouwen, vitamine K bij pasgeborenen en vitamine D bij kinderen, mensen met een donkere huidskleur en ouderen die weinig buitenkomen. 

Voedselallergie

Tot slot worden we in het laatste hoofdstukje nog geconfronteerd met de moeilijke problematiek van de voedselallergie en niet-allergische voedselovergevoeligheid. Vage symptomen en een veelheid aan mogelijke allergenen waarbij ook nog kruisreacties kunnen optreden, maken diagnostiek en behandeling een harde dobber. 

Samengevat biedt het boekje ons veel stof om over na te denken, maar ook praktische informatie waarmee we meteen aan de slag kunnen. Een aantal handige tabellen maken het ook geschikt als naslagwerkje.

Elsbeth Van Herck