Het mager resultaat van diëten

Langeveld M, De Vries JH. Het mager resultaat van diëten. Ned Tijdschr Geneeskd 2013;157:1548-52.

Besmet als we zijn door een vreemd virus dat de naam ‘meritocratie’ kreeg, vinden we dat alles wat we verwerven het gevolg is van hard werken en alles wat we niet kunnen verwerven een gevolg van een gebrek aan inzet en doorzettingsvermogen. Wie zwaarlijvig is, heeft dit dus enkel aan zichzelf te danken. Even doorzetten met een dieet en het vet smelt van je af zoals sneeuw wegsmelt voor de zon.

Straks komen er nog mensen opzetten met wilde ideeën dat zwaarlijvige mensen een hogere bijdrage zullen moeten leveren voor de ziekteverzekering.

Onbeschaamd wijzen artsen patiënten er frequent op dat ze moeten afvallen. Wellicht hebben ze ook gelijk, want een significante gewichtsreductie van 5 à 10% van het uitgangsgewicht geeft een verbetering van de metabole en cardiovasculaire parameters. Mensen met een hoog normaal gewicht (BMI van 24 tot 29,9 kg/m2) hebben de laagste sterftecijfers.

Hoeveel wetenschappelijk bewijs is er voor de effectiviteit van diëten om een langdurige gewichtsreductie te bereiken? Het wetenschappelijke bewijs voor de kortetermijneffecten van diëten die de energie-inname beperken, is overweldigend. Maar hoeveel mensen die met een dieet starten, houden hun gewichtsverlies van >5% langer dan drie jaar? Dit was de vraag van een literatuuronderzoek.

Het antwoord uit de literatuur was echter beperkt. Slechts drie systematische reviews (respectievelijk met een analyse van 13,3 en 8 studies) en één onderzoeksartikel rapporteerden gegevens die een antwoord konden zijn op de vraag. In de systematische review waar gecorrigeerd was, was het gemiddelde gewichtsverlies minder dan 5%. Een Amerikaanse database die de gegevens bijhield van mensen die met succes langer dan een jaar een gewichtsverlies van minimaal 13,6 kg wisten te behouden, verzamelde ook gegevens over de inspanning die ze hiervoor moesten leveren. De fysieke inspanning kwam overeen met wekelijks 45 km wandelen en het handhaven van een dieet met 30% minder energie dan de gemiddelde bevolking.

Conclusie: er zijn heel weinig studies die het effect van energiearme diëten op lange termijn bestudeerden. De beperkte gegevens waarover we beschikken en de ervaring uit de praktijk, tonen aan dat een dieet als behandeling van obesitas op lange termijn maar een beperkt effect heeft en dat een initieel gewichtsverlies snel verloren gaat.

Misschien moeten we onze doelstellingen bijstellen en zeker de patiënt niet veroordelen omdat zijn dieetinspanning mislukt. Als afvallen niet lukt, is het misschien realistischer te opteren voor een stabilisatie van het gewicht.

Marc Lemiengre