Nieuwe consensus vitamine D-suppletie bij kinderen

De Ronne N, De Schepper J, mede in naam van de Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Consensus vitamine D-suppletie bij de zuigeling en het jonge kind. Brussel: Kind&Gezin, 13/4/2013.

Onderzoeken tonen aan dat vitamine D-deficiëntie frequent voorkomt (12-24 %) en dat suboptimale 25(OH) D-concentraties eerder de norm zijn in gebieden met hoge breedtegraadligging zoals Scandinavië.

In een recente studie van een Oost- Vlaamse schoolpopulatie (tussen 4 en 11 jaar) werd bij meer dan de helft van kinderen een 25(OH) D <10 ng/ml vastgesteld tijdens de winter en lente. In de dagelijkse praktijk bevelen veel gezondheidswerkers geen vitamine D-suppletie aan bij zuigelingen. Zij gaan ervan uit dat moedermelk als gouden standaard geen suppletie behoeft en dat er vanaf het moment dat er bijvoeding wordt gegeven, voldoende vitamine D-aanbreng is. De nieuwe consensus wil echter onder de aandacht brengen dat er zowel bij de zuigeling als bij het jonge kind en bij bepaalde risicosituaties nood is aan supplementair vitamine D.

Tekort aan vitamine D is geassocieerd met hypocalcemie, rachitis en een lagere botmineralisatie bij zuigelingen en peuters. Vitamine D-deficiëntie in de zuigelingenperiode wordt ook in verband gebracht met verscheidene chronische aandoeningen op latere leeftijd, zoals type 1 diabetes en astma. De kans op vitamine D-deficiëntie bij jonge kinderen is vooral groot wanneer moeder en/of kind weinig worden blootgesteld aan de zon en/of een donkere huidskleur hebben en/of wanneer het kind geboren is in de wintermaanden. Ook bij jonge kinderen die worden behandeld met anti-epileptica met een enzyminducerend effect, treedt vitamine D-tekort sneller op.

Er wordt aanbevolen bij alle kinderen dagelijks 400 IU vitamine D toe te dienen, vanaf de geboorte tot en met de leeftijd van zes jaar, gedurende het hele jaar, onafhankelijk van het soort melkvoeding en de vitamine D-suppletie van de lacterende moeder. Bij kinderen met een donker (negroïde) huidtype wordt 600 IU/dag aanbevolen. Bij preterm geboren kinderen zonder comorbiditeit wordt dezelfde dosis toegediend. Men dient best een monopreparaat van cholecalciferol toe (in druppelvorm voor jonge kinderen: D-Cure: 5-8 druppels per dag (dr/d) of Davitamon D3: 4-6 dr/d of Dedrogyl: 2-3 dr/d of Nutrivit D3: 2-3 dr/d). Bij oudere kinderen kan men vitamine D3 toedienen in druppelvorm (bv. Dagravit Kids), een kauwtablet (bv. Optimax Kinder Vitamine D) of smelttablet (Vista Vit D3 instant, Vitamine D 300 smelttablet of Vit D3 Springfield). Uiteraard vermijdt men een overdosis.

Naast medicatie wordt toch ook aanbevolen om regelmatig enige tijd buitenshuis door te brengen. De auteurs raden dagelijks vijftien minuten aan met minstens handen en hoofd ontbloot. Uiteraard moeten de weersomstandigheden dit mogelijk maken. Overmatige directe blootstelling aan zonlicht wordt echter afgeraden gezien de kans op ontwikkelingen van huidaandoeningen.

Bij zuigelingen zijn kunstvoedingen in principe verrijkt met vitamine D. Bij peuters is het aan te raden om daarnaast boter of margarine te gebruiken omdat deze verrijkt zijn met vitamine D. Het aantal voedingsmiddelen waaraan vitamine D wordt toegevoegd, is immers eerder beperkt in België.

Lut De Deken