Huisarts Nu 2014; 43(1): januari-februari

Opgelet, u krijgt momenteel niet de volledige inhoud van deze pagina te zien omdat u niet bent aangemeld als lid of geen lidmaatschap heeft bij Domus Medica.
Wilt u de volledige pagina kunnen lezen,

01 februari 14

Een nieuwe Huisarts Nu

-
Coenen, Samuel
Kool, Anne

Vorig jaar peilden we naar uw visie op Huisarts Nu in een uitgebreid lezersonderzoek. U gaf ons hierin heel wat bruikbare informatie en tips, waarmee we deze jaargang rekening zullen houden. Hier en daar kunt u al merken dat we nieuwe rubrieken toevoegen, zoals praktische informatie over ICT en binnenkort juridisch advies. Ook de interviews breiden we uit. Intussen werken we achter de schermen verder aan een restyling van uw tijdschrift.

Lees meer

Van eerste hulp naar eerste lijn

-
Matthijs, Nicholas

Interview met dr. Jef De Loof en prof. dr. Jan Heyrman
Dit tweede interview rond pioniers in de huisartsgeneeskunde focust op een heel andere invalshoek: het verzamelen en registreren van gegevens. Zonder mensen als dr. Jef De Loof en prof. dr. Jan Heyrman zouden we niet over tal van unieke gegevens beschikken en zicht hebben op algemene tendensen. Zij vertrokken van cijfermateriaal en van de verrassend eenvoudige vraag: wat speelt er zich eigenlijk af in een huisartsenpraktijk?

Lees meer

Kromgebogen over het stuur, één vinger in de lucht

-
Wyffels, Pat

Iedere huisarts kent dat weeë gevoel, van de patiënt die zijn steekkaart opvraagt of gewoon wegblijft. Als je dan voorbij een huis rijdt, maak je scenario’s. Als je hen tegenkomt in het grootwarenhuis of op café, begin je te denken. Is er iets gebeurd? Waar heb ik gefaald of wat maakte een einde aan onze relatie? Waren ze boos of gewoon uitgekeken?

Lees meer

Ruimtelijke verdeling van huisartsen in België

-
Dewulf, B.
Neutens, N.
De Weerdt, Y.
Van De Weghe, N.

Een kritische kijk op het Impulseo I-fonds van het Riziv

Samenvatting
Het Riziv geeft via het Impulseo I-fonds een premie van 20.000 euro aan huisartsen die zich vestigen in een gebied waar een tekort aan huisartsen is. Momenteel gebruikt het Riziv een eenvoudige methode om te bepalen of een gebied al dan niet een huisartsentekort kent, namelijk de ratio huisartsen per inwoners (RHI) binnen een huisartsenzone. Deze methode geeft slechts een ruw beeld van de toegang tot huisartsen, vooral door de grote aaneengesloten gebieden (huisartsenzones).
Bij het gebruik van andere methoden vonden we relevante verschillen in het aantal en de ruimtelijke spreiding van gebieden met een tekort aan huisartsen.
Dit onderzoek toont aan dat beleidsmakers (o.a. het Riziv) moeten nagaan in welke mate hun beleidsevaluaties standhouden op verschillende schalen en bij gebruik van verschillende methoden.

B. Dewulf is verbonden aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent en aan Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO);
T. Neutens en N. Van de Weghe zijn verbonden aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent.
Y. De Weerdt is verbonden aan de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO);

Correspondentie: bart.dewulf@vito.be
Belangenvermenging: dit onderzoek was mogelijk dankzij de financiering van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).
Dit artikel is een vertaling van: Dewulf B, Neutens T, De Weerdt Y, Van de Weghe N. Accessibility to primary health care in Belgium: an evaluation of policies awarding financial assistance in shortage areas. BMC Family Practice 2013,14:122.

Dewulf B, Neutens T, De Weerdt Y, Van de Weghe N. Ruimtelijke verdeling van huisartsen in België. Een kritische kijk op het Impulseo I-fonds van het Riziv. Huisarts Nu 2014;43:13-7.

Lees meer

Hoe een praktijkassistent aanwerven?

-
Borremans, J.
Creemers, L.
Schoenmakers, Birgitte

Een bruikbaar stappenplan voor de huisarts

Achtergrond
Een huisarts wordt vaak geconfronteerd met administratieve en minimaal medisch-technische taken, die aan een praktijkassistent uitbesteed kunnen worden.
Er bestaat echter weinig informatie over deze specifieke aanwerving. De huisarts is bovendien niet vertrouwd met het aanwerven en ondersteunen van personeel. Ook is het onduidelijk welke functies deze praktijkassistent mag en kan uitvoeren. Op basis van onderzoek wordt hier een stappenplan voorgesteld dat de huisarts kan volgen als hij een praktijkassistent wil aanwerven en opvolgen.

J. Borremans is huisarts in Kessel-Lo;
L. Creemers is huisarts in Bocholt;
B. Schoenmakers is huisarts in Leuven en verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de KU Leuven.

Correspondentieadres: borremansjo@hotmail.com en leencr@hotmail.com
Belangenvermenging: geen
Dit onderzoek is gebaseerd op de ManaMa-thesis van J. Borremans en L. Creemers: Creemers L, Borremans J, Schoenmakers B. Aanwerving van praktijkassistentie: Makkelijk gaat ook. Leuven: KU Leuven; 2013.

Borremans J, Creemers L, Schoenmakers B. Hoe een praktijkassistent aanwerven? Een bruikbaar stappenplan voor de huisarts. Huisarts Nu 2014;43:20-3.

Lees meer

Praktijkorganisatie voor dummies

-
Scheurman, E.
Schoenmakers, Birgitte

Een leidraad bij de opstart van verpleegkundige zorgen in een huisartsenpraktijk

Samenvatting
Aan de hand van een semigestructureerd interview werden drie huisartsenpraktijken bevraagd over de opstart van verpleegkundige zorgen in hun praktijk en de huidige tewerkstelling van de verpleegkundige. Uit deze interviews bleek dat de gedelegeerde taken sterk verschilden tussen de bezochte praktijken. In de twee bezochte groepspraktijken werd de verpleegkundige ingeschakeld voor administratieve en minimaal medisch-technische taken. Enkel in het bezochte wijkgezondheidscentrum werden ook medisch-inhoudelijke taken gedelegeerd.
Het uitstippelen en implementeren van taakdelegatie bleek heel wat voorbereidend denkwerk te vragen over het takenpakket, juridische en administratieve verplichtingen, de planning van de patiëntencontacten, het waarborgen van de zorgkwaliteit en de communicatie tussen arts en verpleegkundige. De financiële investering bleek het grootste struikelblok bij het aanwerven van een verpleegkundige.

E. Schuerman was huisarts in opleiding ten tijde van het onderzoek in Balen en Laakdal;
B. Schoenmakers is huisarts in Leuven en is verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde, KU Leuven.

Correspondentie: sch_elke@hotmail.com
Belangenvermenging: geen
Dit onderzoek is gebaseerd op de ManaMa-thesis van E. Schuerman.

Schuerman E, Schoenmakers B. Praktijkorganisatie voor dummies. Een leidraad bij de opstart van verpleegkundige zorgen in een huisartsenpraktijk. Huisarts Nu 2014;43:23-6.

Lees meer

Exantheem bij kinderen. Wat verwachten ouders van de huisarts?

-
Huyghe, L.
De Lepeleire, Jan

Uit dit praktijkonderzoek blijkt dat huisartsen een ander idee hebben van de verwachtingen bij een consultatie met een kind met vlekjes dan de ouders. Artsen denken dat geruststellen voldoende is, maar ouders verwachten meer. Ouders verwachten dat een arts een diagnose kan stellen en dus een etiket kleeft op de huiduitslag van hun kind. Dit is voor de ouders de belangrijkste reden van consulteren en ook hun belangrijkste verwachting.

Lees meer

Een huidgelezen site

-
Dewachter, Jo

Elektronische Informatie over huidziekten in het Nederlands
Casus: dochtertje met hemangioom
Katia is enkele weken geleden bevallen van een flinke dochter Emma. Ze maakt zich zorgen om een in het oog springend gezwel op het achterhoofdje van Emma. Het blijkt om een tubereus hemangioom te gaan. De dokters in het ziekenhuis hadden haar op het hart gedrukt dat ze zich hierover geen zorgen hoefde te maken, want dat dit vanzelf zou verdwijnen. Toch blijft Katia nog met heel wat vragen zitten:

Vraag 1: wordt dit gezwel mettertijd nog groter?
Vraag 2: vanaf wanneer wordt het dan kleiner?
Vraag 3: wanneer is het volledig verdwenen?

Lees meer

Is spirometrie in de huisartsenpraktijk haalbaar?

-
Nijs, H.
Thomeer, M.

Vroegtijdige opsporing van COPD-patiënten in de eerste lijn

Samenvatting
Onderdiagnose van COPD is een veelvoorkomend probleem in de eerste lijn. Dit wordt ook bevestigd in dit praktijkonderzoek. Rokers en ex-rokers, 40 jaar of ouder, zonder voorgeschiedenis van longpathologie, werden onderworpen aan een vragenlijst, de Canadian Lung Health Test. Bij een positieve score op deze vragenlijst ondergingen de deelnemers een spirometrie en indien nodig een postbronchodilatatieherhaling. Dankzij deze combinatie konden de betrokken huisartsen COPD-patiënten vroeger opsporen. Een uitgebreidere analyse toonde ook aan dat de interpretaties van de spirometrie tussen huisartsen en longartsen grotendeels overeenkwamen.

H. Nijs was huisarts in opleiding in Dilsen-Stokkem en Houthalen-oost en is nu huisarts in Houthalen-oost;
M. Thomeer is verbonden aan de Dienst Longziekten, Ziekenhuis Oost-Limburg en aan de Faculteit Geneeskunde, Universiteit Hasselt.

Dit artikel is gebaseerd op de MaNaMa-thesis van H. Nijs. De volledige thesis is terug te vinden op de website van het ICHO:
Correspondentie: nijsheidi@gmail.com
Belangenvermenging: geen
Ethische commissie: De studie is goedgekeurd door de Commissie Medische Ethiek UZ/ KU Leuven (ML 8166: 30/03/2012).

Dankwoord Dank aan prof. dr. Michiel Thomeer voor de begeleiding van dit onderzoek, aan alle collega-huisartsen, de longartsen dr. Marc Daenen en dr. Susie Klerkx voor de goede samenwerking, en dr. Ludwig de Naeyer voor de hulp bij de statistische verwerking.

Nijs H, Thomeer M. Is spirometrie in de huisartsenpraktijk haalbaar? Vroegtijdige opsporing van COPD-patiënten in de eerste lijn. Huisarts Nu 2014;43:37-41.

Lees meer

Investeren in spirometrie loont de moeite

-
Buffels, Johan

Of huisartsen spirometrie meer en meer in hun praktijk zullen toepassen, zal vooral afhangen van de invulling van een aantal randvoorwaarden. Er moet tijd voorzien worden, eventueel een deskundige praktijkassistentie, maar ook een goede basis- en opfrissingscursus om deze longfunctiemeting juist uit te voeren en te interpreteren.

Lees meer

Een vergelijking van huisartsenwachtposten in Vlaanderen en Nederland

-
Demmers. K
Van Der Heyden. K
Van Bergen, J.
Remmen, Roy
Philips, Hilde

Waarin stemmen ze overeen, waarin verschillen ze?

Samenvatting
Verschillende modellen voor de opvang buiten de kantooruren in de eerstelijnszorg zijn bekend. Het dominante systeem voor Vlaanderen is de rota: een vaste samenwerking tussen huisartsen waarbij elke huisarts van een bepaalde kring of regio om beurten buiten de kantooruren de permanentie voor alle patiënten uit die regio verzorgt. In Nederland is het dominante systeem de huisartsenwachtpost. Volgens deze literatuurstudie én observationeel onderzoek in Vlaamse en Nederlandse wachtposten zijn er veel overeenkomsten, maar ook een aantal verschillen. Het meest in het oog springende verschil is het toepassen van telefonische triage in Nederland. Verder onderzoek naar de toepasbaarheid daarvan op Vlaamse wachtposten is zeker nodig.

R. Demmers en K. Van der Heyden zijn zevendejaars huisarts in opleiding aan de Universiteit Antwerpen;
J. Van Bergen, R. Remmen en H. Philips zijn huisarts en verbonden aan de Vakgroep Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg, Universiteit Antwerpen.

Correspondentie: Richard.Demmers@student.uantwerpen.be Belangenvermening: geen Dit artikel is gebaseerd op de masterproef van R. Demmers en K. Van der Heyden.

Demmers R, Van der Heyden K, Van Bergen J, Remmen R, Philips H. Een vergelijking van huisartsenwachtposten in Vlaanderen en Nederland. Waarin stemmen ze overeen, waarin verschillen ze? Huisarts Nu 2014;43:42-6.

Lees meer