Dragen sms’jes en apps bij tot een verbetering van de gezondheid?

Free C, Philips G, Galli L, et al. The effectiveness of mobile-health technologybased health behaviour change or disease management interventions for health care consumers: a systematic review. PLoS Med 2013;10:e1001362

Blake H. Text messaging interventions increase adherence to antiretroviral therapy and smoking cessation 10.1136/eb-2013- 101359. Nottingham, Nottinghamshire (UK): School of Health Sciences, University of Nottingham.

Deze studie en bijkomend commentaarstuk bespreken hoe nieuwe communicatietechnieken de gezondheid kunnen verbeteren. Hoe kosteneffectief zijn deze middelen, zijn ze overal bruikbaar en slaan ze aan bij alle pathologieën? De systematische review van Free en zijn collega’s bestudeerde het nut van sms-boodschappen, videoboodschappen en apps als interventie.

Men vond 59 onderzoeken waarbij de optie was om de gezondheidstoestand te verbeteren en 26 onderzoeken waar geöpteerd werd om gedragsverandering te bevorderen. De trials toonden maar een matige evidentie en werden meestal uitgevoerd in landen met een hoog inkomen. Vier onderzoeken hadden een laag risico op bias. Een van deze trials vond plaats in Kenia waar sms-boodschappen gebruikt werden om contact te houden, te monitoren en therapietrouw te bevorderen bij hiv-patiënten. Biochemisch werd aangetoond dat het aantal mensen die stopten met roken, verdubbelde als men veelzijdig automatisch gegenereerde tekstberichten naar mensen stuurde die wilden stoppen met roken.

De resultaten van de meta-analyse bij diabetes toonde echter geen belangrijke verbetering aan. Eenvoudige herinnering aan medicatie-inname via sms-berichten gaf geen effect. Stimulering via sms van dieet of dieet en fysieke training toonde nauwelijks een effect aan. Voor de herinnering aan vaccinatie en voor cardiopulmonaire revalidatie werd een mogelijk effect vastgesteld. Voor interventies bij astma, fysieke activiteit en psychologische ondersteuning was er een suggestief effect. Bij cardiaal lijden bleek telemonitoring in combinatie met tekstberichten interessant.

Er zijn weinig onderzoeken gebeurd in landen met een laag of middelmatig inkomen. Er is dus zeker nog verder onderzoek nodig naar kosteneffectiviteit en naar effecten op lange termijn. Misschien speelt ook leeftijd een rol. Bij jongeren maakt deze communicatievorm deel uit van hun leven. In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt naar leeftijd. In de toekomst zal vermoedelijk iedereen toegang hebben tot deze communicatievormen.

Lut De Deken