Gids voor de huisartsenpraktijk: DSM-5

Hengeveld MW. Gids voor de huisartsenpraktijk: DSM-5®. Amsterdam: Uitgeverij Boom; 2014: 150 blz. ISBN 978-90-8953-410-1

In eerste instantie riep dit kleine boekje wat weerstand op. Zelfs met behulp van het dikke DSM-5-handboek is het moeilijk om mensen met een psychische stoornis in een classificatiesysteem te wurmen. Hoe kan je dit dat doen met behulp van een minigids?

De auteur van het boekje, die tevens de Nederlandse vertaling van de DSM-5 superviseerde, waarschuwt terecht in de inleiding dat je deze gids, net als het complete handboek, niet kan gebruiken voor psychiatrische diagnostiek maar enkel voor classificatie. Zijn bedoeling is om Nederlandse huisartsen, die verplicht zijn bij elke verwijzing de psychische aandoening in de verwijsbrief te vermelden, snel te leiden naar de meest waarschijnlijke DSM-5-stoornis. Is er dan een meerwaarde voor Belgische huisartsen? Eerst moet de huisarts zichzelf vier vragen stellen: is er wel sprake van een psychische stoornis? Is alcohol, een drug of een geneesmiddel misschien de oorzaak? Is er een uitlokkende lichamelijke aandoening? En: kan het zijn dat de patiënt de stoornis simuleert? Daarna helpt een beslisboom de arts naar de passende DSM-5-classificatie. Handige tabellen helpen hierbij.

Via de beslisboom kom je bij het juiste hoofdstuk terecht en via weer een tabel naar de meest waarschijnlijke stoornis. Deze wordt in één zin beschreven, de ICD- en ICPC-codes staan erbij en ook een lijstje voor differentiële diagnostiek. Het lijstje met mogelijke andere diagnoses doet de twijfel toeslaan over welke classificatie nu het meest geschikt is voor de betreffende patiënt. Er is ook geen alfabetisch register om snel de andere aandoeningen op te zoeken.

Toch maar de volledige DSM-5-manual en -website erbij houden dus om de werkelijkheid die nooit samenvalt met welke indeling dan ook, zo goed mogelijk terug te vinden in het classificatiesysteem. De grenzen tussen de verschillende psychische aandoeningen zijn zo poreus dat zelfs de lange beschrijvingen in het dikke boek slechts tot een benadering van de perfecte indeling leiden en dan nog enkel voor getrainde clinici.

Ik zie dit boekje dan ook eerder als een handige wegwijzer in de gigantische DSM-5-ladenkast dan als een snelle vervanger ervan. Enkel dit boekje aankopen zonder ook het volledige handboek in de kast te hebben staan, doet oneer aan de intellectuele capaciteiten en klinische ervaring van de huisarts en aan de mensen die we proberen te helpen.

Ilse Ramboer