De mens in crisis

Oderwald A. De mens in crisis. Over literatuur en geneeskunde. Utrecht: Uitgeverij De Tijdstroom;2014:216 blz. ISBN 978-90-5898-255-1

Kan literatuur artsen tot een beter begrip brengen over het lijden van hun patiënten? Hiervoor bestaat geen empirisch bewijs, maar er is wel een verband tussen literatuur, ziekte en geneeskunde.

Ziekte brengt een mens in een crisissituatie en literaire verhalen gaan meestal over mensen in crisis. Zieke mensen figureren in verhalen en artsen hanteren soms succesvol de pen (Céline LF, Tsjechov A, Vestdijk S, Doyle AC, Sachs O). Het boek start met een kritisch onderzoek van het ziektebegrip zoals medische handboeken dit presenteren. Wat is hypertensie? Hoeveel nieuwe potentiële patiënten creëren we wanneer de streefwaarde met 5 mmHg daalt? Wie bepaalt dit, wie maakt gezondheidswinst, wat kost dit en wie scoort financieel? Om een bevolkingsonderzoek naar kanker te verantwoorden maakt men gebruik van een bedrag dat men moet investeren om één levensjaar te winnen. Nochtans kan de berekening van dit bedrag nooit een wetenschappelijke bezigheid zijn. Het bedrag wordt niet in de eerste plaats bepaald door epidemiologische inzichten maar door culturele, ethische en politieke keuzes. Via Mollière (Le malade imaginaire), Marcel Proust (A la recherche du temps perdu, De coté des Guernantes) en Thomas Mann (Dood in Venetië en De Toverberg) besluit hij dat ziekten niet altijd duidelijk gedefinieerd of geclassificeerd zijn, maar dat het eerder cultureel bepaalde concepten zijn.

Zijn verhalen of is literatuur voor de geneeskunde of voor artsen belangrijk? De gelaagdheid van een verhaal kan helpen om bij jezelf empathische gevoelens te ontdekken of te ontwikkelen. Verhalen bieden een taal en inhoud voor de ontwikkeling van de reflectieve mogelijkheden. Een verhaal kan een ethisch dilemma scherper stellen dan een ethisch betoog dat kan. Verhalen kunnen helpen om inzicht te krijgen in de ambiguïteit en het symbolische karakter van de medische praktijk.

De auteur is hoogleraar literatuur en geneeskunde aan de universiteit voor Humanistiek en werkzaam aan het VU Medisch Centrum. Zijn kernvertoog wordt aangevuld door een tiental bijdragen die de kernthesis ofwel verdiepen, uitbreiden of illustreren. Het boek is soms verrassend (bijdrage over drugs en jazz, hasjiesj en literatuur) of pakkend (ziekenhuis en gevangenis), in elk geval inspirerend genoeg om nog eens enkele boekruggen uit je bibliotheek te strelen (Kafka, Maigret). Lezenswaardig boek voor geoefende lezers.

Marc Lemiengre