Suïcide: een medisch of moreel probleem?

Bering J. Een zelfgekozen einde. Waarom mensen zelfmoord plegen. Amsterdam: Nieuw Amsterdam; 2018:304. ISBN 978-90-468-2375-0.

De auteur, Jesse Bering, is psycholoog en schrijft populair- wetenschappelijke boeken over evolutionaire psychologie en menselijk gedrag. Hij leidt momenteel het Centre for Science Communication aan de Universiteit van Otago in Nieuw-Zeeland. Tussen zijn dertigste en veertigste jaar heeft hij vaak zelf aan zelfdoding gedacht, en ook als tiener had hij suïcidale gedachten toen hij bang was dat ze, in het bekrompen stadje waar hij woonde, zouden ontdekken dat hij homoseksueel was.

Waarom mensen zelfmoord plegen

Vanuit verschillende invalshoeken belicht de auteur waarom mensen zelfmoord plegen. Volgens wetenschappers kan ongeveer 43% van de variabiliteit in suïcidaal gedrag onder de bevolking door genetische factoren verklaard worden en de overige 57% aan omgevingsfactoren worden toegeschreven. Wanneer mensen met een genetische suïcidale aanleg geconfronteerd worden met een stortvloed aan gebeurtenissen die een zware impact hebben op hun leven, zijn ze bijzonder kwetsbaar.

De auteur vraagt zich ook af of het een evolutionair adaptief antwoord is of een typisch voorbeeld van psychopathologisch functioneren, dus een soort aanpassingsstoornis. Als we het gevoel hebben nodig te zijn, hebben we minder de neiging ons het leven te benemen. Zelfmoordcijfers dalen vaak drastisch in oorlogstijd, wanneer de individuele verschillen wegvallen en de aandacht verschuift naar de eenmaking van iedereen die tot de groep behoort.

De rol van sociale media wordt ook in de verf gezet. Men kan immers zijn eigen dood livestreamen. De suïcidale persoon bereikt iets met zijn daad, iets waar zijn omgeving zich niet aan kan onttrekken. De zelfmoord kan worden gezien als het wapen van een machteloze om de buitenwereld te beïnvloeden zonder dat die mogelijkheid heeft om iets terug te zeggen, wat een fundamenteel gegeven is.

De auteur benadrukt verder het beschermend effect van de godsdiensten. Het christendom beschouwt suïcide als een goddeloze daad. In België wordt dit niet zo meer opgevat, mogelijk is dit in andere landen wel nog zo. Ook bij de joden is het een probleem. Wanneer de ziel immers zelfmoord pleegt, schrijven onderzoekers, kan de ziel nergens naar toe.

Hoe suïcidale personen helpen?

Verder gaat Bering in op de zes stadia die de psycholoog Roy Baumeister eerder beschreef waarbij elk vwolgend stadium een toenemend risico met zich meebrengt. Om een suïcidaal iemand te kunnen helpen of die persoon zichzelf te laten helpen, is het van belang om inzicht te hebben in welke fase deze persoon zich bevindt.

Wat van groot belang is, maar heel vaak ontbreekt, is begrip hebben voor iemand die suïcidaal is. Ook het besef dat iemand vaak zelf niet door heeft dat hij suïcidaal is, is van groot belang. Suïcidale mensen kunnen zichzelf vaak niet helpen door de gemoedstoestand waarin ze verkeren en hebben hulp van anderen nodig om hulp te gaan zoeken en hierin begeleid te worden. De auteur ergert zich aan het woord ‘preventie’ gekoppeld aan zelfmoord. Het zou volgens hem beter zijn zelfmoord te behandelen als een morele kwestie in plaats van een medisch probleem. Als lezer kan men zich dan het nut van alle preventieacties rond suïcide afvragen.

Een aantal maatregelen om suïcide minder toegankelijk te maken, hebben wel effect. In Europese landen waar zelfmoord door verdrinking een groot probleem was, heeft de verplichte zwemles voor kinderen in de jaren ‘80 tot een duidelijke daling geleid van het aantal zelfmoorden door verdrinking. Het aanbrengen van barrières op bruggen in Nieuw-Zeeland en Australië, die in trek waren als zelfmoordplek, hielp ook. Wanneer de voorkeursmethode moeilijker wordt, gaan mensen niet noodzakelijk op zoek naar een andere methode. Dit geldt vooral voor impulsieve, niet-geplande zelfdodingen, die vooral bij kinderen en jongvolwassenen voorkomen.

Een andere belangrijke les is, dat iemand niet ‘succesvol’ wordt door de successen die hij behaalt, maar hoe hij omgaat met mislukking. Door kinderen af te schermen van alle tegenspoed bewijzen we ze niet alleen een slechte dienst, maar vergroten we ook het risico dat ze zich slecht kunnen aanpassen als ze in hun volwassen leven onvermijdelijke crisissen doormaken. Perfectionisme kan dan dodelijk worden. Van fouten leer je en dat kan ooit hun leven redden.

Tot slot

Huisartsen die geïnteresseerd zijn in de problematiek suïcidepreventie, vinden in dit boek een uitgebreid overzicht van vele mogelijke denkpistes. Het boek had voor huisartsen wel meer gestructureerd mogen zijn. Er staan veel uitweidingen in, die minder interessant zijn zoals de vraagstelling of een dier ook suïcidaal kan zijn.

Lut De Deken