Mental Health and Work: Belgium. OECD Publishing, 2013. www.inami.fgov.be/information/nl/studies/study-20130129/index.htm Meer info ICF-codering: Towards a common language for functioning, disability and health. Geneva: World Health Organization, 2002.


Mensen met psychische aandoeningen ondervinden problemen op de arbeidsmarkt: vier op vijf melden verminderde productiviteit, ze zijn twee- tot driemaal vaker afwezig door ziekte en de tewerkstellingsgraad ligt vijftien procent lager dan bij mensen zonder mentale problemen.

Een op drie Belgische werklozen lijdt aan geestelijke gezondheidsproblemen, stelt de OESO in het rapport ‘Mental Health and Work: Belgium’. Geestelijke gezondheidsproblemen kosten de Belgische economie en maatschappij jaarlijks ongeveer 3,4% van het BBP aan verloren banen en gezondheidszorg. Een op drie invaliditeitsuitkeringen wordt aangevraagd op basis van psychische problemen en hun aandeel stijgt. De sterkste toename zien we bij jonge mensen (6,3% bij 20 tot 24-jarigen) (zie figuur). Nochtans toont internationaal epidemiologisch en klinisch onderzoek aan dat er geen stijging is in het aantal geestelijke aandoeningen.

Omgekeerd hebben mensen met psychische problemen die werken, een beter zelfwaardegevoel, minder psychiatrische symptomen, minder sociale beperkingen en een betere subjectieve levenskwaliteit. De wil om te werken is zelfs groter bij mensen met psychische problemen dan in de algemene populatie. Voor degenen die vast werk hebben, daalt de kost voor zorg en behandeling drastisch. ‘Werk helpt mensen te ontsnappen uit de beperkte rol van psychiatrische patiënt en een nieuwe identiteit uit te bouwen, waarbij men bijdraagt tot de samenleving,’ aldus prof. dr. Chantal Van Audenhove, een van de sprekers op het colloquium naar aanleiding van dit rapport op 29 januari 2013 op het Riziv.1

België heeft een veelbelovende structuur om de uitdagingen op gebied van geestelijke gezondheid en werk aan te gaan. Enerzijds heeft de vooruitstrevende arbeidswetgeving een sterke focus op preventie van psychosociale belasting veroorzaakt door werk. Anderzijds zorgt het geïntegreerde uitkeringsstelsel bij ziekte en invaliditeit van het Riziv ervoor dat zieke werknemers die hun baan verliezen, lange tijd een werkloosheidsuitkering trekken. In België is het minder aantrekkelijk dan in andere OESO-landen om over te stappen naar een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waardoor ze regelmatig in contact blijven met arbeidsbemiddelingsdiensten, wat reintegratie op de arbeidsmarkt vergemakkelijkt. Tot slot bieden ook grootschalige hervormingen in de geestelijke gezondheidssector en ondersteuningsmogelijkheden in het onderwijs kansen.

Het potentieel van dit systeem wordt volgens de OESO niet volledig benut. Er is nood aan een betere uitvoering van de bestaande wetgeving, meer aandacht voor de behoeften van mensen met psychische problemen in de werkloosheid en op de arbeidsmarkt, sneller en proactief optreden van alle spelers (werkgevers, arbeidsgeneesheren en ziekenfondsen) en een betere samenwerking tussen de verschillende instellingen.

Prof. dr. Van Audenhove wil de cultuur van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen doorbreken en pleit voor arbeidsintegratie volgens de principes van supported employment: een geheel van maatregelen dat ondersteuning biedt aan werknemers met een beperking en hun werkgever, waardoor het mogelijk wordt dat een persoon met een arbeidshandicap een betaalde job in het normaal economisch circuit kan verwerven en behouden. De effectiviteit van Individual Placement and Support (IPS) werd al uitgebreid aangetoond.1

‘Arbeidsongeschiktheid is meestal een tijdelijk therapeutisch middel, net zoals medicatie. Beide hebben op termijn soms ongewenste neveneffecten en dienen enkel bij ernstige aandoeningen chronisch te worden aangewend. Bij depressie is dat zelden het geval,’ aldus dr. Jean Pierre Bronckaers, geneesheer-directeur bij de Landsbond van Liberale Mutualiteiten. Daarom moeten de behandelende (huis) arts, de arbeidsgeneesheer en de patiënt een coherente visie op re-integratie hanteren.

Dat kan door telkens een periode (met begin- en einddatum) te attesteren; een getuigschrift van aangifte op te stellen met een uitgebreidere beschrijving van de functionele mogelijkheden, prognose, deeltijds werk,… Ook belangrijk is om de voorschrijvende arts en huisarts te informeren over de beslissingen en voorstellen van de arbeidsgeneesheer en de elektronische uitwisseling van gegevens te versoepelen.2

Dr. Bronckaers oppert dat alle richtlijnen, gepubliceerd door de National Raad voor KwaliteitsPromotie (NRKP), Domus Medica, SSMG en andere, naast de diagnostische en therapeutische criteria, ook de nood en duur van de arbeidsongeschiktheid moeten vermelden.2 De Commissie Richtlijnen van Domus Medica erkent dat er meer aandacht nodig is voor de sociale consequenties van bepaalde aandoeningen in richtlijnen, maar stelt een breder kader voor. ‘Naast de sociale weerslag van arbeidsongeschiktheid en werkhervatting op de patiënt en zijn omgeving moeten we ook rekening houden met veiligheid, besmettingsgevaar, (on)mogelijkheid om te werken enz. Dat is een erg complexe materie,’ aldus dr. Hilde Philips, voorzitter van de Commissie. ‘ Door een gebrek aan literatuur zullen we hierover zelden of nooit evidence based uitspraken kunnen doen. Door middel van multidisciplinair overleg tussen huisartsen, arbeidsgeneesheren, controleartsen en eventueel patiëntenverenigingen kunnen we hoogstens tot een op consensus gebaseerd advies komen.’

Wellicht is het op termijn wenselijk om richtlijnontwikkelaars te motiveren een aandoening zoveel mogelijk te situeren binnen de ICF-codering. De International Classification of Functioning, Disability and Health stelt de gebruikers van een richtlijn beter in staat de patiënt te benaderen binnen zijn totaal functioneel kader.

Hanne Claessens


  1. Van Audenhove C. Vooruitzichten van de academische wereld. Colloquium OESO – RIZIV Mental Health and Work, dinsdag 29 januari 2013.
  2. Bronckaers J-P. Standpunt van de verzekeringsinstellingen. Colloquium OESO – RIZIV Mental Health and Work, dinsdag 29 januari 2013.