Vickers AJ, Cronin AM, Maschino AC, et al.; for the Acupuncture Trialists’ Collaboration. Acupuncture for chronic pain: individual patient data meta-analysis. Arch Intern Med 2012. Sep 10:1-10. doi:10.1001/archinternmed.2012.3654. [Epub ahead of print] PubMed PMID: 22965186.


Hoewel controversieel, wordt acupunctuur wereldwijd veel gebruikt bij de behandeling van chronische pijn. Om de effectiviteit van acupunctuur in te schatten bij chronische pijn (artrosepijn of aspecifieke chronische pijn ter hoogte van de rug, nek, hoofd of schouder) werd recent een originele meta-analyse uitgevoerd.

Origineel aan de benadering was dat niet alleen zeer hoge kwaliteitseisen werden gesteld aan de geïncludeerde RCT’s, maar dat voor de analyse van de effectgrootte de oorspronkelijke, niet-bewerkte gegevens van de individuele patiënten uit de geselecteerde trials werden gebruikt. De ‘pooling’ of het samenbrengen van de gegevens voor de meta-analyse gebeurde dus niet op het niveau van de resultaten van de gepubliceerde trials, maar op het niveau van de oorspronkelijke patiëntengegevens. Van de 31 behouden RCT’s konden zo de oorspronkelijke gegevens van 17 922 patiënten uit 29 trials geanalyseerd worden.

Uit deze analyse bleek dat acupunctuur superieur was aan ‘sham-‘ of ‘placeboacupunctuur’ (SD= 0,15-0,23) en aan de controlegroep zonder acupunctuur (SD=0,42-0,57), en dit voor alle vernoemde pijnsyndromen, ook na correctie voor ‘outliers’ en mogelijke publicatiebias. De effectmaat wordt hier uitgedrukt in het aantal ‘SD’ of ‘Standard Deviations’ verschil in pijnscores. Om dit concreet voor te stellen wordt een voorbeeld gegeven van een patiënt met een pijnscore van 60 op een schaal van 0 tot 100. Zonder acupunctuur (dus bij ‘usual care’) verwacht men een evolutie naar een pijnscore van 43, met shamacupunctuur naar 35 en met echte acupunctuur naar 30. Indien ‘respons rates’ als uitgangspunt genomen worden, waarbij respons wordt gedefinieerd als een pijnreductie van 50% of meer, dan zouden deze respectievelijk ongeveer 30%, 42,5% en 50% bedragen.

Deze significante verschillen worden geduid als bescheiden maar klinisch relevant. In het effect van acupunctuur onderscheidt men therapiespecifieke effecten (eigen aan ‘echte acupunctuur’) gesuperponeerd op niet-specifieke fysiologische (prikken) en psychologische effecten (placebo).

Het artikel besluit dat acupunctuur doeltreffend is voor de behandeling van chronische pijn en een verwijzing naar een gekwalificeerde acupuncturist de overweging waard is.

Peter Leysen