Terwijl het aantal mensen dat met een griepaal syndroom de huisarts opzoekt voor de tweede week op rij daalt, pakt het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid uit met een eerste bilan van het griepseizoen.

Ondanks de tweede opeenvolgende daling van het aantal patiënten met een griepaal syndroom, is de griepepidemie nog niet volledig voorbij. In de week van 19 tot 25 maart registreerde het WIV 405 raadplegingen per 100 000 inwoners.

Op basis van de gegevens van het netwerk van huisartsenpeilpraktijken schat het WIV dat er in de periode van 2 oktober 2017 tot 25 maart 2018 655 000 raadplegingen voor een griepaal syndroom plaatsvonden. In 450 000 gevallen werd daarbij griep vastgesteld en bevestigd. De epidemie die het land sinds 8 januari treft, is van matige intensiteit maar duurt wel erg lang: reeds elf weken tegenover bijvoorbeeld zeven weken in het seizoen 2016/2017. De grootste piek vond plaats tussen 5 en 11 maart met 773 raadplegingen voor griepaal syndroom per 100 000 inwoners.

De epidemie leidde in de periode van 2 oktober 2017 tot 4 maart 2008 tot een oversterfte van 1769 overlijdens. Vooral tussen 26 februari en 4 maart werd in alle leeftijdsgroepen van de bevolking een significante oversterfte waargenomen. Daar zou niet alleen de griepepidemie, maar ook de extreme koude en hogere concentraties van fijn stof in de lucht verantwoordelijk voor zijn.