Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde vorig jaar 18 rapporten. De website van de organisatie werd vorig jaar door bijna 200 000 mensen bezocht. Dat blijkt uit het jaarrapport dat het KCE deze week publiceerde.

Vraagt u zich ook soms af waar de afkorting KCE voor staat? En waarom we niet spreken van het FKG als we het hebben over het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg? De afkorting KCE kan worden gezien als een typisch Belgisch compromis en is de samenvoeging van Kenniscentrum en Centre d’Expertise. Het is maar een van de weetjes die opgenomen zijn in het jaarverslag dat het KCE deze week publiceerde en dat online te raadplegen is. Het kenniscentrum profileert er zich als een onafhankelijk, nauwgezet en transparant instituut dat volgende kenmerken nastreeft: doeltreffend, kwalitatief, veilig, patiëntgericht, toegankelijk en duurzaam.

De activiteiten van het KCE kunnen worden onderverdeeld in vijf expertisedomeinen: de organisatie en financiering van de gezondheidszorg in ruime zin (Health Services Research); de evaluatie van medische technologieën (Health Technology Assessment); de ontwikkeling van klinische praktijkrichtlijnen en hun voortdurende aanpassing aan de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen (Good Clinical Practice); de opstart en coördinatie van het Belgisch programma van niet-commerciële klinische studies (KCE Trials); en de ontwikkeling van nauwgezette methodologische handleidingen met gevalideerde werkmethoden bestemd voor alle onderzoekers actief in het domein van de gezondheidszorg en de volksgezondheid (Methods).

Health Services Research (HSR)-studies gaan na hoe zorg het beste wordt georganiseerd en gefinancierd. De bedoeling is om de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg te waarborgen én ze betaalbaar te houden voor maatschappij en patiënt. Vaak zijn het complexe studies, omdat de organisatorische aspecten van het gezondheidsbeleid verzoend moeten worden met menselijke factoren, de standpunten en belangen van de verschillende beroepsgroepen en met budgettaire uitdagingen. Daarom worden deze projecten steeds uitgevoerd door multidisciplinaire onderzoeksteams. Bij HSR-studies bestuderen de onderzoekers grondig de wetenschappelijke literatuur en kijken ze vaak naar buitenlandse voorbeelden. Deze studies bieden het KCE de gelegenheid om voor een volledige sector – soms ingrijpende – hervormingen uit te tekenen. Vorig jaar maakte het KCE in dit domein studies over de manier om de zorg voor zwaargewonde slachtoffers te verbeteren, de gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen, passende zorg in de laatste levensfase, de hervorming van het ziekenhuislandschap en het geneesmiddelenbeleid.

Health Technology Assessment (HTA)-studies onderzoeken de effectiviteit en veiligheid van een medische technologie (een geneesmiddel, een implantaat, een vaccin, een operatietechniek). Vaak wordt ook een economische analyse van de kosteneffectiviteit uitgevoerd, waarbij wordt nagegaan wat de verhouding is tussen de kost die wordt gegenereerd en het voordeel dat het product biedt op gebied van gezondheid en levenskwaliteit. Naast deze medische en economische aspecten houdt een HTA-studie ook rekening met organisatorische, maatschappelijke, juridische en ethische aspecten. Bij deze studies worden meestal producten onderzocht waarvan wordt gezegd dat ze innovatief zijn, en waarvoor de industrie soms (zeer) hoge prijzen met de overheid onderhandelt. De studies die het KCE op dit vlak uitvoerde in 2017, hadden betrekking op antistolling en voorkamerfibrillatie, het gebruik van automatische externe defibrillatoren door toevallige omstaander en het gebruik van bevacizumab bij de behandeling van ovariumkanker.

De geneeskunde is voortdurend aan het evolueren. Voor de zorgverleners is het niet eenvoudig om steeds op de hoogte te zijn van elke nieuwe ontwikkeling. Richtlijnen voor goede klinische praktijk (of guidelines) zijn hulpmiddelen voor practici van het terrein. Het zijn ‘samenvattingen’, gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke kennis, waarmee ze een bepaald probleem bij een patiënt kunnen aanpakken, zonder dat ze daarvoor alle wetenschappelijke literatuur over dit probleem moeten doorploegen. Om bruikbaar te zijn moeten richtlijnen rekening houden met de Belgische context en de dagelijkse realiteit van het terrein. Daarom werkt het KCE altijd samen met een groot panel (Guideline Development Group of GDG) van professionals die gespecialiseerd zijn in de betrokken aandoeningen. Het uiteindelijke resultaat is een tool met de meest recente kennis op maat van de behoeften van de practici. Het KCE stelde vorig jaar richtlijnen op voor lage rugpijn en radiculaire pijn, testen die routinematig worden uitgevoerd voor geplande, niet-cardiothoracale chirurgie en de behandeling van pancreaskanker.

Oproep tot studievoorstellen

Net als de voorgaande jaren neemt het KCE de publicatie van het jaarverslag te baat om een oproep te lanceren tot studievoorstellen voor het volgende jaar. Elke burger, organisatie, instelling of beleidsmaker kan tussen juli en september studievoorstellen indienen. Om in aanmerking te komen om effectief opgenomen te worden in het programma van het KCE moet een studie aan enkele voorwaarden voldoen: het moet relevant zijn voor het beleid, een bepaalde frequentie hebben, haalbaar zijn, een ernstig probleem behandelen, mogelijkheden tot verbetering bieden en concreet haalbaar zijn.


Zie ook: 'Jaarverslag 2017' op de website van het KCE