Het aantal gevallen van euthanasie blijft toenemen, maar is vooral een Vlaamse zaak. Dat blijkt uit het achtste tweejaarlijkse rapport dat de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie deze week bekendmaakte.

In de periode 2016-2017 werden 4337 gevallen van euthanasie geregistreerd (2028 in 2016 en 2309 in 2017). Na een periode van relatieve stabiliteit in het aantal gevallen van euthanasie betekent dat voor het laatste jaar een stijging met 13%. Hoewel het aantal gevallen van euthanasie in absolute cijfers toeneemt in Franstalig België, blijft vooral Vlaanderen hoog scoren met 78% van de uitgevoerde gevallen van euthanasie. Bijna twee derde van de patiënten (64%) was ouder dan 70 jaar, vier op tien (38,9%) was 80-plusser. In 2016-2017 werd bij drie minderjarigen euthanasie uitgevoerd.

Bijna de helft van de gevallen van euthanasie werd uitgevoerd in de thuissituatie (45,1%), terwijl het aandeel van euthanasie in het ziekenhuis afneemt (38,9%). Dat sluit aan bij de wil van de patiënt die liefst thuis sterft. Het verklaart meteen ook waarom de huisarts een steeds prominentere plaats inneemt bij de uitvoering van euthanasie. De toegenomen rol van de huisarts is het meest uitgesproken bij patiënten met polypathologie.

Bij 84,9% van de patiënten verwachtte de behandelende arts dat het overlijden binnen afzienbare tijd zou gebeuren en was er dus sprake van een terminale patiënt. De belangrijkste patiëntengroep zijn patiënten met een oncologische aandoening (spijsverteringsstelsel, ademhalingsstelsel en zeldzame kankers). De groep die in aantal het sterkst toenam, zijn ouderen (80+) met polypathologie. De afgelopen twee jaar bedroeg het aantal patiënten met een psychiatrische aandoening (exclusief dementie zoals Alzheimer) minder dan dertig gevallen per jaar.

In zijn aanbevelingen roept de commissie op nog meer oog te hebben voor een betere informatie van zowel burgers als artsen. “Dit gebeurt nog steeds in onvoldoende mate ondanks verschillende niet-gouvernementele initiatieven. Het is belangrijk dat de overheid ofwel zelf initiatieven onderneemt of initiatieven van derden subsidieert”, aldus de commissie. “Van de faculteiten en universiteiten die verantwoordelijk zijn voor de opleiding van alle beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg zou moeten worden geëist dat zij in hun opleidingscurricula alle aspecten van levenseindezorg dienen op te nemen.”