Cystitis bij de vrouw

Gevalideerd oktober 2016

Auteurs: Heytens Stefan, Delvaux Nicolas, Christiaens Thierry, De Sutter An

Richtlijn: Richtlijn Cystitis bij de vrouw

1. Wat zijn de risicofactoren voor het ontstaan van cystitis bij de vrouw?

  • Wees alert voor klachten van cystitis bij vrouwen met volgende risicofactoren:
    • eerder doorgemaakte urineweginfectie(Grade 1C),
    • seksuele activiteit (Grade 1C),
    • diabetes mellitus (al dan niet goed gecontroleerd) (Grade 1C),
    • urine-incontinentie (Grade 1C).

2. Welke klachten bevragen bij vermoeden van cystitis bij de vrouw?

  • Vraag naar symptomen/tekenen die voorspellend zijn voor de aanwezigheid van cystitis:
    • Pijn bij plassen of dysurie (Grade 1B),
    • Hevigheid en/of snelheid van ontstaan van de klachten (Grade 1B),
    • Herkenning van klachten uit een vorige episode van cystitis (Grade 1B),
    • Vaker moeten plassen (‘frequency‘) (Grade 2C),
    • Loze aandrang (‘urgency‘) (Grade 2C).
  • Vraag naar symptomen/tekenen die voorspellend zijn voor de afwezigheid van cystitis:
    • Vaginale klachten (irritatie of toegenomen afscheiding) (Grade 1B),
    • Duur van de klachten (klachten langer dan 1 week maken cystitis minder waarschijnlijk) (Grade 1B),
    • Risico op soa’s (GPP).
  • Vraag naar symptomen/tekenen die kunnen wijzen op een hoge-urineweginfectie of pyelonefritis:
    • Koorts of algemene malaise (GPP),
    • Lagerug- of flankpijn (GPP).

3. Welk klinisch onderzoek verrichten bij vermoeden van cystitis?

  • Onderzoek vrouwen bij wie een cystitis wordt vermoed op tekenen die kunnen wijzen op een hoge urineweginfectie of pyelonefritis (GPP):
    • koorts,
    • flankpijn.
  • Verricht verder onderzoek in geval van klachten van vaginitis of vaginose of bij vermoeden van een soa (GPP).

4. Welk technische onderzoeken verrichten bij vermoeden van cystitis?

  • Stel de diagnose van cystitis zonder verder technisch onderzoek bij:
    • plotse, hevige dysurie én
    • afwezigheid van vaginale klachten én (Grade 1B),
    • geen verhoogd soa-risico (GPP).
  • Stel de diagnose van cystitis zonder verder technisch onderzoek bij vrouwen die de cystitisklachten herkennen uit een vorige episode (Grade 1B).
  • Voldoet de patiënt niet aan deze criteria, maar wordt toch een cystitis vermoed, voer dan een urinedipsticktest voor nitriet en LE uit:
    • Stel de diagnose van cystitis bij een positieve uitslag voor nitriet (Grade 1B).
    • Een negatieve nitriet- en LE-test maken een cystitis onwaarschijnlijk, maar sluiten deze niet uit (Grade 2C);
    • Bij twijfel opteer voor verder onderzoek of probeer, afhankelijk van de voorkeuren van de patiënte, een tentatieve diagnose van cystitis te stellen. Wees steeds bedacht voor de mogelijkheid van een soa (GPP).
  • Verricht verder onderzoek door middel van een urinekweek of dipslide (Grade 1C).
  • Een routinematige urinekweek bij vermoeden van ongecompliceerde cystitis is niet zinvol (GPP).
  • Vraag steeds een urinekweek aan bij vermoeden van een urineweginfectie bij vrouwen met diabetes (GPP).

5. Welke niet-medicamenteuze behandeling(en) zijn aangewezen bij een acute cystitis bij de vrouw?

  • Geen enkele niet-medicamenteuze behandeling is bewezen werkzaam.
  • Een acute cystitis kan niet behandeld worden met veenbesproducten (Grade 1A).

6. Welke medicamenteuze behandeling(en) zijn werkzaam in de behandeling van een acute cystitis bij de vrouw?

Beleid bij acute cystitis

  • Leg aan de patiënte uit dat een cystitis een zelflimiterende ziekte is die vanzelf kan overgaan. Een antimicrobieel middel zal de klachten vlugger doen verdwijnen, maar er kunnen nog klachten zijn aan het einde van de behandeling (Grade 1B).
  • In de regel wordt gekozen voor een antimicrobiële behandeling (Grade 1A).
  • Bij mild tot matig ernstige symptomen kan men, in overleg met de patiënte en na grondige uitleg, opteren om af te wachten, al dan niet mits het meegeven van een uitgesteld voorschrift voor een antimicrobieel middel (Grade 2B).
  • Behandel vrouwen met diabetes en een symptomatische urineweginfectie steeds met een antimicrobieel middel.
  • Het heeft geen zin om asymptomatische urineweginfecties te behandelen bij niet-zwangere vrouwen, ook niet bij vrouwen met diabetes.

Antimicrobiële behandeling

  • Vrouwen zonder diabetes:
    • Eerste keuze: nitrofurantoïne 100 mg 3 maal per dag tijdens de maaltijd gedurende 3 à 5 dagen (Grade 1B).
    • Tweede keuze: trimethoprim 300 mg 1 maal per dag gedurende 3 dagen (Grade 2A) of fosfomycine 3 g in een éénmalige toediening (Grade 2B).
  • Vrouwen met diabetes (Grade 1C):
    • Eerste keuze: nitrofurantone 100 mg 3 maal per dag tijdens de maaltijd gedurende 7 dagen.
    • Tweede keuze: trimethoprim 300 mg 1 maal per dag gedurende 7 dagen.

7. Welke preventieve behandelingen zijn aangewezen bij recidiverende cystitis bij de vrouw?

Niet-antimicrobiële behandeling van recidiverende cystitis

  • Men spreekt van recidiverende urineweginfectie bij drie of meer episoden van symptomatische urineweginfecties gedurende de laatste 12 maand of 2 episoden in de laatste 6 maand (GPP)
  • Om recidieven te voorkomen is het aanbevolen om (Grade 1C):
    • veel te drinken,
    • de blaas helemaal leeg te plassen,
    • bij aandrang de mictie niet uit te stellen,
    • het gebruik van condooms of pessaria met spermadodende glijmiddelen te vermijden,
    • de blaas te ledigen na coïtus.
  • Overweeg bij postmenopauzale vrouwen vaginaal toegediende oestrogenen als profylactische behandeling (Grade 2A).
  • Worden niet aanbevolen als profylactische behandeling:
    • veenbessen (cranberries), onder gelijk welke vorm (Grade 1A),
    • Methenamine (Grade 1B),
    • Oraal toegediende oestrogenen (Grade 1C),
    • Fenazopyridine (Grade 1C),
    • Beredruif (Grade 1C).

Antimicrobiële behandeling bij recidiverende infecties

  • Indien men besluit tot een antimicrobiële profylaxe, kan in overleg met de patiënt gekozen worden voor een van onderstaande schema’s:
    • Zelfbehandeling bij iedere cystitis die als dusdanig herkend wordt:
      • nitrofurantoïne 100 mg 3 x per dag, bij de maaltijd gedurende 3 à 5 dagen of trimethoprim 300 mg 1 maal daags 3 dagen of fosfomycine 3 g 1 x toegediend (Grade 1B);
      • bij vrouwen met diabetes wordt een behandelduur van 7 dagen aangeraden (Grade 1C).
    • Postcoïtale profylaxe:
      • kan aangeraden worden wanneer de patiënte een verband ervaart tussen coïtus en typische herkenbare cystitisklachten (GPP);
      • nitrofurantoïne 50 of 100 mg binnen de 2 uur na iedere coïtus (Grade 1B).
    • Continue antimicrobiële profylaxe:
      • nitrofurantoïne 50 of 100 mg per dag in te nemen ‘s avonds voor het slapengaan, na de laatste plas (Grade 1A);
      • Continue nitrofurantoïne mag niet gebruikt worden bij nierinsufficiëntie (GPP);
      • Deze behandeling wordt niet aangeraden bij geïnstitutionaliseerde ouderen (GPP).
  • Een antimicrobiële profylaxe duurt minstens 6 maanden, waarna een herevaluatie gebeurt (GPP).
  • Een profylactische behandeling heeft tot doel het aantal symptomatische episoden te verminderen. Asymptomatische bacteriurie wordt niet behandeld, ook niet bij ouderen (GPP).

8. Welke follow-up bij vrouwen met een acute cystitis?

  • Bij een afwachtend beleid:
    • Indien bij een afwachtend beleid er na 2 dagen onvoldoende beterschap is, kan de patiënte, als ze dat wil, alsnog zelf een behandeling starten (GPP).
  • Na de behandeling:
    • Indien de klachten na de antibioticakuur verdwenen zijn, is bij acute cystitis geen controle van de urine nodig (Grade 1C);
    • Indien de patiënt opnieuw op raadpleging komt wegens aanhoudende klachten, kan men een ander eerstekeuzemiddel empirisch opstarten. Herevalueer of er geen argumenten zijn voor een soa of een gecompliceerd verloop (Grade 1C);
    • Vraag steeds een urinekweek aan bij (herhaaldelijk) falen van een empirische behandeling (GPP).
  • Hematurie:
    • Hematurie die gepaard gaat met andere cystitisklachten kan passen bij een urineweginfectie. indien geen diagnose van urineweginfectie kan worden gesteld, in geval van persisterende hematurie na behandeling of bij recidiverende of persisterende urineweginfecties met hematurie, is een verwijzing voor specialistisch advies aangewezen (GPP).
  • Acute pyelonefritis:
    • Een acute pyelonefritis is een klinisch syndroom gekenmerkt door koorts (>38°), rillingen, flankpijn, algemene malaise (en eventueel braken). Dat kan, maar niet noodzakelijk, gepaard gaan met een episode van dysurie en frequent plassen.

end faq

 

Zie voor de gedetailleerde beschrijving en de toelichting van deze aanbeveling de volledige tekst van de richtlijn.