Valpreventie bij thuiswonende ouderen

Vlaamse richtlijn - In opdracht van de Werkgroep Richtlijnen Eerste Lijn van EBMPracticenet

Auteurs: Milisen K, Leysens G, Vanaken D, Poels J, Vlaeyen E, Janssens E, Dejaeger E, Gielen E, Bautmans I, Balligand E, Adriaenssens J, Cambier D, Goemaere S, De Coninck L, Vandierendonck S, De Meester F, Van Acker R, Hamblok T, Couneson B

1. Wat zijn de voornaamste risicofactoren voor vallen bij thuiswonende ouderen?

1.1 Wees alert voor de voornaamste valrisicofactoren (GRADE 1B):

  • Intrinsiek:
    • Stoornissen in evenwicht, spierkracht, gang en/of mobiliteit
    • Cognitieve stoornis
    • Verminderd zicht
    • Orthostatische hypotensie
    • Valangst
    • Pijn
    • Urine-incontinentie
    • Laag vitamine D-gehalte
    • Risicogedrag
    • Hoge leeftijd
    • Valgeschiedenis
  • Extrinsiek:
    • Medicatie
    • Onveilige omgeving
    • Onaangepast schoeisel

1.2 Bepaal het aantal valrisicofactoren en hun eventuele onderlinge interactie. (GRADE 1B)

2. Wat is het effect van een multifactoriële aanpak op het aantal valincidenten bij thuiswonende ouderen?

2.1 Pas een multifactoriële aanpak toe om het aantal valincidenten te reduceren. (GRADE 1B)

3. Wat is het effect van een multifactoriële aanpak op het aantal valletsels bij thuiswonende ouderen?

3.1 Hanteer bij ouderen met een verhoogd valrisico een multifactoriële aanpak om valletsels te voorkomen. (GRADE 1C)

3.2 Hanteer, na behandeling voor een valletsel, een multifactoriële aanpak om toekomstige valincidenten en valletsels te voorkomen. (GRADE 1C)

4. Wat is de beste methode om een verhoogd valrisico bij thuiswonende ouderen vast te stellen?

4.1 Bevraag regelmatig de valgeschiedenis bij ouderen. (GRADE 1C)

4.2 Onderwerp de oudere aan een multifactoriële evaluatie in volgende gevallen (GRADE 1B):

  • bij aanmelding vanwege een valincident of valletsel,
  • of bij twee of meerdere valincidenten in het afgelopen jaar,
  • of in geval van gang- en/of evenwichtsproblemen.

4.3 Wij suggereren om voorlopig terughoudend te zijn in het gebruik van zorgdomotica om te screenen naar een verhoogd valrisico. (GRADE 2B)

5. Welke multifactoriële evaluatie is aangewezen bij een verhoogd valrisico bij thuiswonende ouderen?

5.1 Neem volgende risicofactoren op in de multifactoriële evaluatie bij thuiswonende ouderen met een verhoogd valrisico (GRADE 1B):

  • Intrinsiek:
    • Stoornissen in evenwicht, spierkracht, gang en/of mobiliteit
    • Cognitieve stoornis
    • Verminderd zicht
    • Orthostatische hypotensie
    • Valangst
    • Risicogedrag
    • Pijn
    • Urine-incontinentie
    • Laag vitamine D-gehalte
  • Extrinsiek:
    • Medicatie
    • Onveilige omgeving
    • Onaangepast schoeisel

6. Welke multifactoriële interventies zijn aangewezen bij een verhoogd valrisico bij thuiswonende ouderen?

6.1 Start bij thuiswonende ouderen met een verhoogd valrisico een multifactoriële interventie op maat, rekening houdend met de geïdentificeerde valrisicofactoren. (GRADE 1A)

6.2 Wij suggereren om voorlopig terughoudend te zijn in het gebruik van zorgdomotica om valincidenten te voorkomen. (GRADE 2B)

7. Hoe kunnen professionele zorgverleners zorgen voor een betere therapietrouw bij thuiswonende ouderen met een verhoogd valrisico?

7.1 Bepaal in samenspraak met de oudere en/of zijn mantelzorger de prioriteiten met betrekking tot voorgestelde interventies, rekening houdend met diens voorkeuren, de haalbaarheid en belemmerende en bevorderende factoren. (GRADE 1C)

7.2 Bied de oudere en/of mantelzorger informatie over valpreventie aan in een begrijpbare taal en aangepast aan zijn cognitieve functioneren. (GRADE 1C)

7.3 Voorzie altijd een follow-up, waarvan de intensiteit is afgestemd op de noden en behoeften van de oudere. (GRADE 1C)

8. Welke professionele zorgverleners spelen een belangrijke rol in de multifactoriële aanpak van valpreventie bij thuiswonende ouderen?

8.1 De multifactoriële aanpak van valproblematiek bij thuiswonende ouderen wordt het best opgenomen door een multidisciplinair thuiszorgteam; hierbij worden duidelijke afspraken gemaakt met betrekking tot de uitvoering en opvolging van de evaluatie en het interventieplan. (GRADE 1B)

8.2 Eén lid van het multidisciplinaire thuiszorgteam neemt het best de coördinatie van de zorg op zich. (GRADE 1C)

8.3 Verwijs bij complexe valproblematiek door naar een gespecialiseerd valpreventiecentrum voor een uitgebreide evaluatie en multidisciplinair advies. (GRADE 1B)

end faq

 

Zie voor de gedetailleerde beschrijving en de toelichting van deze aanbeveling de volledige tekst van de richtlijn.

Het voorkomen van valincidenten en fracturen levert zonder twijfel gezondheidswinst op, maar is  complex en kan enkel in een multidisciplinaire context gerealiseerd worden. De praktijkrichtlijn van het ‘Expertisecentrum Val- en Fractuurpreventie Vlaanderen’( EVV) gaf nog onvoldoende houvast in de praktische aanpak.