dokteren_met_kwaliteitGrouwels D, Seuntjens L, Vanden Bussche P.
Dokteren met kwaliteit.

Antwerpen: Standaard Uitgeverij nv, 2008: 248 blz. ISBN: 978-90-341-9257-8; prijs: € 29,95.

“…het werd hoog tijd dat dit boek verscheen”, schrijft prof. dr. Jan Heyrman in zijn voorwoord. Een boek voor huisartsen, geschreven door drie ervaren huisartsen, twee heren en een dame, sinds jaar en dag bezig met denken en educatie rond huisartsenpraktijk als zorgstructuur in een interdisciplinaire samenwerking op de eerste lijn. Ook alle drie actief in Domus Medica.

Meestal zijn patiënten erg tevreden over hun huisarts. Dus zal/moet de huisarts ook tevreden zijn over zichzelf én over de kwaliteit van zijn praktijkvoering, zou je denken. Na lezing van dit boek, dat voornamelijk kwaliteitsmanagement beschrijft, moet ik besluiten dat het toch nog beter kan.

Kwaliteit in de praktijk

In het eerste hoofdstuk ‘Wat is kwaliteit’ bijt Vanden Bussche de spits af met een erg herkenbaar pijnpunt: de drukke maandagochtendconsultatie als typevoorbeeld van het hectische huisartsenbestaan. Een 75-jarige diabetespatiënt met overgewicht en hypertensie die nu op consult komt met pijn aan zijn teen… Anamnese, onderzoek en diagnosestelling van het teenprobleem worden voortdurend onderbroken door de telefoon, waarbij adviezen moeten worden gegeven, problemen besproken, in aanwezigheid van deze patiënt die geduldig wacht tot zijn huisarts weer naar hem kan luisteren. De diagnose van een jichtaanval wordt met de patiënt besproken, waarna de geschikte behandeling volgt. Maar de opvolging van zijn hypertensie, diabetes en obesitas is in deze consultatie niet mogelijk. Toch is net het opvolgen van chronische ziekten een van de prioritaire uitdagingen voor de toekomst van de hele gezondheidszorg en zeker voor de huisartsenzorg. Een botsing dus, tussen de huidige gangbare praktijkorganisatie en het streven naar een geolied lopende praktijk, waar de huisarts een gewaardeerd aanspreekpunt op de eerste lijn is, naast een coach van chronische patiënten, medeverantwoordelijke voor preventieve zorg, beheerder van het persoonlijk medisch dossier van zijn patiënten, organisator van zijn huisartsenpraktijk én manager van een kwaliteitsvolle zorg. Huisartsen geven voorrang aan het werk met patiënten boven alle ander praktijkwerk. En dan schiet de organisatie soms wel eens over…

Registreren, meten en evalueren

De auteurs beschrijven in acht hoofdstukken hun procesmatige ontleding van ‘kwaliteitsvolle huisartsenzorg’ met telkens op het eind van elk hoofdstuk ‘take home messages’ en een literatuurlijst, zodat geïnteresseerden zich verder kunnen verdiepen
in het onderwerp.

Voor de hand liggend begint hoofdstuk 1 met de ontleding van ‘kwaliteit’, waarin wordt beschreven welke belangrijke principes we moeten hanteren om op een effectieve manier te werken aan kwaliteitsverbetering. Goed registreren, meten en evalueren zijn hierbij belangrijke stappen.

Bescheidenheid, openheid van geest om de eigen fouten te herkennen en de wil om ze te verbeteren is de basis voor kwaliteitszorg, stelt collega Seuntjens in hoofdstuk 2. Iedere arts maakt fouten, ook goede artsen. Cruciaal is hoe je ermee omgaat. Hoe foutanalyse en foutpreventie een professionele houding worden, als onderdeel van kwaliteitszorg. En hier speelt communicatie een belangrijke rol. Communicatie met de betrokken patiënt, maar ook communicatie met de collegae, in de eigen praktijk én in de Lok-groep.

In hoofdstuk 3 beschrijft Vanden Bussche hoe we sneller en efficiënter ervaring kunnen opdoen door te ontleden hoe processen verlopen. Om dan met systematische planning daarop in te spelen, waarbij de FOCUS-procedure (Find, Organise, Clarify, Understand, Start) en PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) excellente hulpmiddelen zijn. Een basisvoorwaarde voor het evalueren van kwaliteit is een goede registratie van gegevens in het medisch dossier.

Collega Seuntjens geeft in hoofdstuk 4 een overzicht van de aandachtspunten bij de analyse, opzet en registratie van verbeterprojecten. De jaren routine en ervaring, samen met de tevredenheid van de patiënten, geven huisartsen het (goed) gevoel van kwaliteitsvolle gezondheidszorg te bieden. Een eenvoudige meting kan soms ontnuchterend werken, maar kan ook goede kwaliteit zichtbaar maken. En je kunt maar lacunes in je zorg ontdekken, als je registreert en meet.

Procesmanagement

Hoofdstuk 5 ‘Richtlijnen toepassen in de praktijk’ geeft een gemakkelijk schema om zelf een praktijkconsensus te construeren rond een deelaspect van huisartsenzorg. Zo wordt een puzzelstukje uit het overaanbod aan richtlijnen vertaald naar de mogelijkheden van de eigen praktijk, terwijl het teamgevoel wordt aangescherpt.

‘Continue kwaliteit’ van hoofdstuk 6 handelt over het organiseren van de huisartsenpraktijk, waar er voortdurend aandacht is voor de beste patiëntenzorg, voor implementatie van kwaliteitsprojecten en voor organisatiemanagement. In onze ‘kleine onderneming’ zijn sturing en planning op hun plaats, met noodzaak van het ontwikkelen van visie en missie, net als het uitwerken van een strategisch plan en een aangepast procesmanagement. Grouwels en Vanden Bussche onderscheiden naast de corebusiness – zorgkwaliteit voor de patiënt – ook ondersteunende processen en sturende processen die mee het kernproces mogelijk maken. Overlegmomenten, afspraken en evaluatie zorgen dat alle medewerkers mee op pad zijn, zodat het team groeit in het schrijven van de ‘handleiding’ van de praktijk en iedereen meehelpt in het sturen van de zorgkwaliteit.

Samenwerking en partnerschap

In hoofdstuk 7 ‘Overleg en kwaliteit’ stellen Grouwels en Seuntjens dat goede samenwerking staat of valt met gestructureerde communicatie en sluitende afspraken. Een noodzaak dus in een huisartsenpraktijk, zeker bij verschillende medewerkers, maar ook tussen praktijken met een samenwerkingsafspraak. Niet alleen om werkafspraken te maken, maar ook rond gemeenschappelijke visie en strategisch plan. Dit vraagt tijd, planning, structuur én vergadertechniek, waarbij een ‘kwaliteitscoördinator’ een belangrijke rol kan spelen.

Met hoofdstuk 8 ‘Patiënten: partners in kwaliteit’ schetst Vanden Bussche mogelijkheden en onmogelijkheden van het nieuwe, horizontale partnerschap tussen de patiënt en de coachende huisarts. Een partnerschap waarbij de patiënt gestimuleerd wordt tot een evenwicht tussen zelfverantwoordelijkheid en kwaliteitsvolle zorg die van de arts kan/mag verwacht worden. Ook hier speelt verstaanbare communicatie een erg belangrijke rol, met als meerwaarde de mogelijkheid de patiënt te betrekken in het overleg rond praktijkorganisatie en rond de zorgorganisatie voor zijn gezondheid en gezondheidsproblemen. En, tot slot, goede kwaliteit van zorg is inherent aan een goed evenwicht tussen patiëntenzorg en zelfzorg voor de arts.

Plannen voor een werkzame huisartsenpraktijk

Het boek sluit af met tien bijlagen, als steun en aanvulling bij de verschillende hoofdstukken, zoals een lijst van taken in de huisartsenpraktijk, een checklist ‘goed samenwerken’, een huisartsenpraktijkorganisatiemodel tot de inhoudsopgave voor een kwaliteitshandboek.

De auteurs schetsen, zoals een architect, de plannen voor een werkzame huisartsenpraktijk. En hoewel een architect een perfect plan kan afleveren, zijn het uiteindelijk de bewoners die het huis tot een kille burcht of een warm nest vormen. Wat ik een beetje mis, is de beschrijving van zorg voor dat warme nest, voor cohesie in de praktijkploeg. Hoe we oog moeten hebben voor het groepsgevoel bij de medewerkers, hoe we waardering uitdrukken, procesbegeleiding doen, menselijke nabijheid tonen, zorgen voor een goede sfeer op de werkvloer. Misschien in een volgend boek?

‘Dokteren met kwaliteit’ is 248 bladzijden nuttige kennis voor de huisarts. Met aandacht heb ik dit boek gelezen, de notablok binnen handbereik, omdat in dit ‘handboek’ een schat aan gegevens zit om toch zorgvuldig met die praktijkorganisatie om te gaan, want een goede organisatie bepaalt de kwaliteit van onze zorgverlening. En daarom was het hoog tijd dat dit boek werd geschreven.

Herman Kuppers