Gorgels WJMJ. Stoppen met benzodiazepinen. Huisarts Wet 2009;52:95-101.


In Nederlandse huisartsenpraktijken werd een prospectief gecontroleerd interventieonderzoek uitgevoerd dat gericht was op het verminderen van langdurig benzodiazepinegebruik (meer dan 3 maanden). Een minimale interventie met een stopbrief was de eerste stap. Na 3 tot 6 maanden werd een door de huisarts begeleid dosisafbouwprogramma aangeboden.

Beide interventies waren effectief. Na de brief stopte 24% van de gebruikers versus 12% die geen stopbrief kreeg. De dosisafbouw was succesvol voor twee van de drie deelnemers, maar slechts 17% van de gebruikers die niet stopten na de brief, wilde aan de dosisafbouw meedoen.

Toevoeging van groepspsychotherapie had geen meerwaarde.

De helft van de langdurige gebruikers van benzodiazepinen die na een stopbrief of dosisafbouw konden stoppen, hield dat minstens 18 maanden vol. De andere helft gebruikte substantieel minder dan voorheen.

Ook de mening van de huisarts over de afbouwstrategie werd geëvalueerd: 89% vond de stopbrief een adequate methode en 88% vond het afbouwschema goed uitvoerbaar in de praktijk. Wel zouden de huisartsen het schema aanpassen aan de individuele patiënt, bijvoorbeeld door telefonische consultatie in plaats van een afbouwconsult of door gebruikers sneller of langzamer door het afbouwschema heen te leiden. Verder stonden huisartsen positief tegenover specifieke gesprekstraining voor deze ondersteuning.

Daarnaast werd het onderzoek van enkele Deense huisartsen aangehaald. Deze behaalden bijna 50%-reductie door drie eenvoudige regels toe te passen:

  1. geen telefonische herhalingsrecepten, maar voor elk recept een consult;
  2. tijdens dit consult de noodzaak van verlenging bespreken;
  3. voorschrijven voor maximaal één maand.

Als goed voornemen voor 2009 kan de huisarts toch proberen om in zijn praktijk het benzodiazepinegebruik te verminderen. Het Deense model leent zich hier uitstekend toe.

L. De Deken