‘Vergeet dementie, onthou mens’

10 jan 2019

De Vlaamse overheid startte deze week een campagne om dementie onder de aandacht te brengen. Niet toevallig valt de start van de campagne samen met de eerste uitzending van het VRT-programma ‘Voor ik het vergeet’.

In het programma ‘Voor ik het vergeet’ trekt Wannes enkele weken in bij zijn grootmoeder met dementie die in een woonzorgcentrum verblijft. Zij zijn twee van de ambassadeurs van de nieuwe campagne die de Vlaamse overheid begin deze week lanceerde onder de noemer ‘Vergeet dementie, onthou mens’. De campagne bundelt alle mogelijke informatie over dementie op de website www.onthoumens.be. Daar is de getuigenis van Wannes en zijn grootmoeder Rosa terug te vinden. Hun getuigenis is de eerste in een reeks van persoonlijke verhalen van bekende en minder bekende Vlamingen die getuigen over hun ervaring met dementie. Tot april verschijnen er wekelijks nieuwe getuigenissen op de website. 

De nadruk ligt daarbij niet op wat de mensen met dementie niet meer kunnen, maar wel op waar ze nog wel toe in staat zijn. “Dat is het uitgangspunt van het Vlaamse dementieplan dat bij uitstek inzet op preventie, genuanceerde beeldvorming en kwaliteit van zorg en ondersteuning”, zegt Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V). “Menselijke waardigheid en kwaliteit van leven van de persoon met dementie en zijn naasten moeten steeds voorop staan. Zo werken we met zijn allen dag in dag uit aan een dementievriendelijk Vlaanderen.” De website wil dat positieve beeld duidelijk promoten door onder meer tips over respectvolle communicatie.

Met de campagne roept Vlaanderen de steden en gemeenten ook op een dementievriendelijker beleid te voeren. Dat is een beleid dat mensen blijft betrekken. “Geen holle woorden, maar een ambitie die recent ook in de praktijk werd vertaald met een primeur voor ons land: de opstart van de eerste werkgroep voor mensen met dementie. Daarbij hebben we een duidelijk doel voor ogen: niet alleen richting media de stem van mensen met dementie proactief aanreiken, maar ook in onderzoek en beleid hun stem veel luider laten weerklinken”, aldus nog Jo Vandeurzen.

Filip Ceulemans