Harrie Dewitte: winnaar van de Prijs van de Vlaamse en Brusselse huisarts

Harrie Dewitte, de Limburgse huisarts die zaterdag tijdens de Dag van de Huisarts gehuldigd wordt als laureaat van de Prijs van de Vlaamse en de Brusselse huisarts, houdt er zeer uitgesproken ideeën over de toekomst van de huisartsgeneeskunde op na. Een toekomst die er rooskleurig uitziet indien aan een aantal voorwaarden voldaan wordt.

HarrieDewitte grHarrie Dewitte staat sinds vele jaren bekend als een van de pioniers van Geneeskunde voor het Volk in Limburg. Daar kwam enkele jaren geleden het epitheton "vader van Indra" (de journaliste die tot deze zomer De Zevende Dag presenteert) bij en sinds drie jaar is hij tevens een gedreven lesgever aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde aan de KU Leuven. Een gesprek met Harrie Dewitte mondt al snel uit in een monoloog waarin hij zijn duidelijke ideeën over de toekomst van de huisartsgeneeskunde uiteenzet. De basisidee waarvan hij vertrekt, laat weinig aan duidelijkheid te wensen over: “Er is geen goede gezondheidzorg mogelijk zonder (een goede) huisartsgeneeskunde. Het budget van de huisartsgeneeskunde staat daarbij helemaal niet in verhouding tot het aandeel in de gezondheidszorg.”

Om de huisartsgeneeskunde verder vooruit te helpen en de succesvol de 21ste eeuw in te leiden, moet meer dan ooit gebruik gemaakt worden van de data waarover de huisarts beschikt. “De huisarts wordt voortdurend en langs alle mogelijke kanten aangevallen als zou hij onvoldoende kwaliteit leveren. Nochtans is het duidelijk dat de overgrote meerderheid van de huisartsen kwalitatief werk wil bieden en ook biedt. Misschien wel de belangrijkste evolutie waar de huisarts voorstaat is de shift naar een complexe chronische zorg. Zei je vroeger dat je veertig patiënten op een dag zag, dan werd dat weggelachen als weinig. Vandaag wordt dat ook weggelachen, maar dan omdat het erg veel is. Vroeger zag de huisarts 80% acute zorg, vandaag 70% chronische zorg. Die evolutie is volop aan de gang, maar de omkadering en de opleiding volgt niet.”

Proactieve huisarts

Bovenop de evolutie naar eer complexe chronische zorg, komt er volgens dr. Harrie Dewitte een technologische revolutie. “De huisartsen namen het voortouw in het EMD en in EBM, maar wat het effect daarvan was op de gezondheid van de patiënt bleef lang onduidelijk. In onze praktijk begonnen we enkele jaren geleden met een project rond diabeteszorg. Heel praktisch gericht op diagnostiek, medicatie en meting. Na een jaar bleek het effect op de kwaliteit nihil. Daarop zijn we begonnen met het maken van audits met als centrale vraag: wie zijn de patiënten met diabetes? Wat bleek? Onder andere door fouten in de software misten we heel wat diabetici. Tien jaar geleden hadden we 3% diabeten, vandaag 8%. Sindsdien doen we tweemaal per jaar een audit bij risicopatiënten en halen we de diabetici er systematisch uit. Het gebruik van moderne technologie helpt ons hierbij.”

De huisarts moet hierbij proactief te werk gaan. “Een patiënt komt in de regel niet naar zijn huisarts met de vraag zijn suikerspiegel te controleren. En het dossier van de patiënt laat ook niet toe om te zien of hij op controle is geweest. Wanneer een patiënt met een bepaalde klacht bij de huisarts komt, denkt die er vaak niet spontaan aan naar de diabetesstatus te vragen. Daarom hebben we in onze praktijk een systeem van 'alerts' uitgewerkt voor een aantal belangrijke aandoeningen zoals chronische nierinsufficiëntie, diabetes en COPD. Maandelijks wordt dat aangepast. Wanneer een patiënt met een verkoudheid op raadpleging komt en er is een 'alert', dan wordt hij ook daarop aangesproken. Op deze manier halen we de risicopatiënten er systematisch uit. De kwaliteit van de zorg verbetert hierdoor drastisch: voor diabetes steeg het aantal goed opgevolgde patiënten op één jaar tijd van 30 tot 80%."

Investeren

Een ander stokpaardje van Harrie Dewitte is de kwaliteit van de nascholingen. "Die was vaak bedroevend slecht, zodat we ons de vraag gingen stellen hoe we dat konden aanpassen. De eerste vraag is daarbij waarom de navorming niet goed is. Is ze niet genoeg huisartsgericht? Wordt het onvoldoende huisartsgericht gebracht? Is het wetenschappelijk, EBM onderbouwd? Brengt het organisatorische problemen aan het licht? We lieten de huisartsen die aan de navorming deelnamen de bijscholing scoren op deze criteria. Gevolg: vandaag ligt het niveau van de bijscholing een pak hoger dan vroeger." Bij de nascholing ziet dr. Dewitte een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. "De farmaceutische industrie zal steeds minder interesse vertonen in bijscholing van huisartsen. En dus moet de overheid haar verantwoordelijkheid opnemen en hierin investeren."

Nog een aspect van de omkadering van de huisarts dat beter geregeld kan worden, is de uitbouw van echte gezondheidsclusters rond de huisarts. "Wanneer een huisarts bepaalde taken kan doorspelen naar een vaste verpleegkundige, dan krijgt hij zelf meer tijd om zich met andere taken bezig te houden. Het is niet zo dat enkel wijkgezondheidscentra of groepspraktijken dit kunnen organiseren. Waarom zou een solowerkende huisarts geen overeenkomst kunnen sluiten met het Wit-Gele Kruis om een oudere verpleegkundige enkele uren per dag te detacheren om bij hem te werken. Hetzelfde geldt voor een psycholoog. De huisarts krijgt te maken met veel psychologische problemen, maar de opvolging ervan is erg tijdrovend. Een alternatief voor medicatie is doorverwijzing. Maar 90% van de doorverwezen patiënten gaat niet naar de psycholoog. Dat ligt volledig anders wanneer de psycholoog in de huisartsenpraktijk te consulteren is. Dan gaat 90% wel. De overheid heeft er overigens alle belang bij dit te ondersteunen."

Eigenlijk komt de boodschap van de laureaat van de Prijs van de Vlaamse en Brusselse huisarts 2013 hierop neer: "Ondersteun de huisarts! Met paramedici die zijn taak verlichten, met aangepaste informatica, met kwalitatieve bijscholing, enz."