De huisartsenpraktijk

De huisartsenpraktijk

De huisartsenpraktijk biedt patiënten een breed aanbod van kwalitatieve zorg, waarbij de huisarts:

  • gezondheidsproblemen tracht te voorkomen
  • klachten weet te vertalen om vervolgens een adequate aanpak voor te stellen
  • patiënten kan behandelen, verwijzen en begeleiden
  • gedurende lange tijd zorg biedt die op de persoon en zijn omgeving is gericht

De huisartsenzorg kenmerkt zich door en is toegespitst op:

  • de wijze van klachtenvertaling (een persoonsgericht en holistisch perspectief, lichamelijk, psychisch en sociaal)
  • de nabijheid
  • de klacht wordt gezien in een breder kader: leefomgeving, sociale en culturele context, de individuele levensloop

Deze kenmerken vormen de basis voor een vertrouwensrelatie tussen huisartsen en patiënten en maken van de huisarts een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Goede huisartsenzorg is holistisch en laat zich niet versplinteren. De huisartsenzorg staat als eerstelijnszorg niet geïsoleerd of op zichzelf maar vormt een essentieel onderdeel van een breder zorgsysteem waarmee het functioneel verbonden is.

Zowel de huisartsenpopulatie, de patiëntenpopulatie als de organisatie van gezondheidszorg veranderen voortdurend. Om de ambitie van huisartsen te kunnen realiseren moeten zowel de manier waarop huisartsen werken als de organisatie van de huisartsenzorg onophoudelijk evolueren. Hiervoor moet de huisarts kunnen rekenen op adequate ondersteuning.

 

Praktijktypes

De onderstaande indeling in 'soorten praktijkvormen' is gebaseerd op het ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningscriteria van samenwerkingsverbanden, groepspraktijken en eerstelijnsgezondheidscentra van het Ministerie van Volksgezondheid:

  1. De huisartsenpraktijk: elke soloarts geregistreerd als huisartsenpraktijk.
  2. Het huisartsensamenwerkingsverband (HASAV): netwerk tussen ten minste twee bestaande solo- en/of duopraktijken waarbij elke partij op het eigen praktijkadres werkzaam blijft. Via overleg worden afspraken gemaakt over de gezamenlijke zorg en permanentie.
  3. De huisartsengroepspraktijk hoeft niet noodzakelijk onder één dak te zitten. Het onderscheidt zich van het ‘samenwerkingsverband’ doordat de gemeenschappelijke patiëntenpopulatie als één geheel wordt beheerd met een gemeenschappelijk dossiersysteem en een gemeenschappelijke patiënten in- en uitstroom.
  4. Bovengenoemde drie basistypes kennen ook een multidisciplinaire vorm. Het multidisciplinaire samenwerkingsverband bestaat uit minstens één huisartsenpraktijk en praktijken met gezondheidswerkers van minstens drie verschillende disciplines.
  5. Het eerstelijnsgezondheidscentrum wordt onderverdeeld in een type A (multidisciplinaire groepspraktijk) en een type B wijkgezondheidscentrum (of WGC).