Vervangingen, onkosten & contracten

Opgelet, u krijgt momenteel niet de volledige inhoud van deze pagina te zien omdat u niet bent aangemeld als lid of geen lidmaatschap heeft bij Domus Medica.
Wilt u de volledige pagina kunnen lezen,

Algemeen

Bij ‘overbelasting’ van een praktijk - om welke reden dan ook - garandeert de vervangarts continuïteit van zorg in een voor de patiënt gekende praktijk. Op deze manier dienen patiënten niet doorverwezen te worden naar een andere praktijk en worden noch de artsen van de (overbelaste) praktijk, noch de omringende collega’s extra belast. De vervangarts past zich daarbij zo veel mogelijk aan de praktijkvisie aan.

De vervangarts krijgt daarbij de mogelijkheid om inkomsten te verwerven, verschillende praktijkervaringen op te doen en zichzelf op die manier te ontwikkelen als huisarts. De vervangarts ontlast de praktijk door zich te focussen op patiëntencontacten. Administratieve en praktijkorganisatorische taken worden hierbij tot een minimum beperkt.

Aangezien het voor de praktijk comfort biedt om met een vervangarts te werken, is het niet de hoofdbedoeling dat hieruit winst wordt gegenereerd.

 

Onkostenbijdrage van de vervangarts

Een vervanging is iets tijdelijks en kan - in tegenstelling tot een associatie in een praktijk - nooit gezien worden als een investering. Als vervangarts bouwt u in feite niets op. U verwerft geen GMD-inkomsten en u krijgt geen permanente toegang tot 'vaste' patiënten. Na elke vervanging vertrekt u steeds met lege handen en begint u aan een andere vervanging met lege handen. Er is nooit zekerheid of u de volgende periode wel werk zal hebben.

Om die reden pleiten we om een beperkte onkostenbijdrage te vragen aan de vervangarts.

In overleg moeten beide partijen, de vervangingsarts en huisartsenpraktijk, tot een consensus komen over een billijke bijdrage die de vervangarts afstaat aan de huisartsenpraktijk. Dit omvat meestal een percentage van je totaal verworven inkomsten tijdens de vervangperiode.

 

Hoe bepaal je uiteindelijk de onkostenbijdrage: een leidraad ! 

Korte vervanging tot 1 maand of vervanging bij acute nood.

Bij een korte vervanging van 4 weken of minder en bij onverwachte uitval (ziekte, ongeluk, …) is de kans op het vinden van een vervangarts laag en kunnen we stellen dat het gerechtvaardigd is om geen onkostenbijdrage af te staan

Vervanging 1 tot 6 maanden: vaste onkostenbijdrage tussen 0-15%. 

Dit percentage is te onderhandelen met de praktijk afhankelijk van vele parameters, hieronder geven we de voornaamste: 

  • Aantal patiëntencontacten: hoe hoger het geschat gemiddeld aantal patiëntencontacten en dus `jobzekerheid´, hoe hoger de onkostenbijdrage. 
  • Ondersteuning: ondersteuning vanuit de praktijk (bijvoorbeeld telesecretariaat, digitale agenda, praktijkverpleegkundige, ...) verhoogt de voorziene onkostenbijdrage. 
  • Beschikbaarheid: wenst de praktijk complete beschikbaarheid en geen ander werk of een uurrooster waarmee je andere activiteiten niet meer kan combineren, kan je een lagere onkostenbijdrage bedingen. 
  • Pendelafstand en –duur: dit spreekt voor zich, hoe verder je moet of hoe langer onderweg, hoe minder tijd om inkomsten te verwerven.
  • Ervaring van de huisarts 

We suggereren een plafondbijdrage van 500 euro per maand. 

Vervanging > 6 maanden: inkomstengarantie met gemiddelde onkostenbijdrage van 10% 

Dit steunt op het principe om een onkostenbijdrage te betalen als men de drempel haalt van 50 patiëntencontacten/week bij een voltijdse tewerkstelling (= minimale werkgarantie). 

Dit gaat als volgt:

bij een vervanging van 32u/week is er geen onkostenbijdrage voor de eerste vier gebruikte prestatieboekjes. Vanaf het 5e boekje is er een onkostenbijdrage van 30%, berekend op het verschil van de totale inkomsten minus de inkomsten van de eerste 4 boekjes. Dit wordt proportioneel doorgetrokken: bij 8u vervanging is er van het eerste prestatieboekje geen afdracht en een maximale afdracht/maand van 187,5 euro.

Verder is er bij 16u vervanging van de eerste 2 boekjes geen afdracht en een maximale afdracht/maand van 375 euro. Er is een plafondbijdrage van 750 euro per maand. Bovenstaande is een billijke verdeelsleutel: bij weinig werk hoef je geen onkostenbijdrage te betalen, bij veel werk is er een plafond op de bijdrage en bij voldoende werk zal gemiddeld 10% worden afgedragen op de totale inkomsten.

Bijdragen in wijkgezondheidscentra of forfaitaire praktijken

Als ‘zelfstandige’ vervanghuisarts in een forfaitaire praktijk of in een wijkgezondheidscentra stellen we voor om een bruto-uurloon toe te passen van twee consultaties per uur. 

Het voordeel van het tarief van twee consultaties toe te passen, is dat we niet elk jaar opnieuw het tarief dienen te herbekijken. Als elke vervanghuisarts zich bovendien aan dit tarief houdt binnen forfaitaire praktijken, dan hoeft er niet onderhandeld/geconcurreerd te worden wat tijd en energie spaart zowel voor de praktijk als voor de vervangarts zelf.