Themadossier preventie van zelfdoding

In 2015 overleden in Vlaanderen 1.051 personen door suïcide. Dit komt neer op bijna 3 zelfdodingen per dag. De gezondheidsdoelstelling streeft naar een daling van de suïcidecijfers in Vlaanderen met 20%, te behalen in 2020, in vergelijking met het ‘baseline’ jaar 2000 .

Als vertrouwensfiguur worden huisartsen vaak als eerste hulpverlener geconfronteerd met veranderingen in het psychisch functioneren van patiënten. Omdat suïcidale personen een grote drempel ervaren om over hun zelfdodingsgedachten te praten, is het niet eenvoudig ze te herkennen in de eerste lijn.

De belangrijkste taak van de huisarts bestaat erin suïcidaliteit te herkennen, contact te maken met de patiënt, de ernst van het suïciderisico in te schatten, te zorgen voor veiligheid en gepaste zorg op gang te brengen. Bij risicopatiënten kan de huisarts een continue factor vormen, een rustpunt te midden van de veelheid aan hulpverleners en instellingen.

In wat volgt wordt dieper ingegaan op de wetenschappelijke onderbouwing, praktijkinstrumenten, bijkomende informatie en vorming rond suïcidepreventie.

Wetenschappelijke onderbouwing

Detectie en behandeling van suïcidaal gedrag (VLESP)

De multidisciplinaire richtlijn rond detectie en behandeling van suïcidaal gedrag is bedoeld voor artsen, psychologen, therapeuten en verpleegkundigen binnen de gezondheidszorg. De richtlijn bevat aanbevelingen rond de volgende thema's:

  • Detecteren en bespreken van suïcidaliteit
  • Interventies om het suïciderisico te verlagen
  • Wat te doen na een suïcidepoging
  • Wat te doen na een suïcide
  • Hoe een suïcidepreventiebeleid opstellen

Naast de samenvatting van Zelfmoord1813 is via de website die aan de richtlijn werd gewijd, meer concrete info beschikbaar.  Ook vind je hier de geaccrediteerde e-learning rond suïcidepreventie voor hulpverleners. 

Suïcidepreventie bij ouderen. Praktijkadviezen voor zorg- en hulpverleners. Deze adviezen vormen een aanvulling op de multidisciplinaire richtlijn ‘Detectie en behandeling van suïcidaal gedrag’.


De Nederlandse Multidisciplinaire Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van suïcidaal gedrag

In juli 2012 bracht het Trimbos Instituut de Multidisciplinaire Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van suïcidaal gedrag uit. Een richtlijn met concrete aanbevelingen voor diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag kan bijdragen aan het verbeteren van het professioneel handelen bij suïcidaal gedrag en maakt de zorg voor suïcidale patiënten transparant en toetsbaar.

Het Nederlandse Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij Suïcidaliteit

In 2010 bracht het Trimbos Instituut het Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij Suïcidaliteit uit met aanbevelingen voor samenwerking in de keten en organisatie van de zorg voor mensen met suïcidaal gedrag.

Praktijkondersteuning

De suïcidepreventiekaart

Domus Medica ontwikkelde de steekkaart 'Preventie van zelfdoding' samen met de Suïcidepreventiewerking van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg, het Centrum ter Preventie van Zelfdoding en Integrale Zorg Suïcidepogers en het VLESP. De kaart vormt een leidraad voor praktijkvoering

Op de ASPHA-folder vindt u nuttige adressen en tips.

Suicidepreventievlaanderen

De Suïcidepreventiewerking van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg richt zich tot alle belangrijke intermediairs inzake suïcidepreventie. Hun website biedt u informatie over suïcide en over de werking, die in elke provincie op regelmatige basis een open aanbod van vormingen biedt aan verschillende doelgroepen. Daarnaast werd in samenwerking met Domus Medica een LOK-pakket suïcidepreventie uitgewerkt.  

Zorg voor Suïcidepogers

Zorg voor Suïcidepogers promoot goede praktijken t.a.v. patiënten en hun naasten die zich aanmelden in een Algemeen Ziekenhuis omwille van een suïcidepoging. Naast de medische opvang is de psychosociale zorg van de patiënt hier erg belangrijk.

Voor het ziekenhuis werd een Instrument voor Psychosociale Opvang en Evaluatie ontwikkeld (IPEO). In het kader van dit project worden ziekenhuizen gevraagd een zorgpad te ontwikkelen waarbinnen het IPEO wordt geïntegreerd. Huisartsen worden via deze weg snel geïnformeerd en zij kunnen de patiënt en diens familie ondersteunen en aanmoedigen om te starten met vervolgzorg.

Zorg voor Suïcidepogers ontwikkelde ook KIPEO, een zorgpad voor jonge suïcidepogers, en psycho-educatieve materialen voor jonge pogers, hun ouders en de school. Ook vindt u er info over opvang, evaluatie en opvolging van personen die een suïcidepoging ondernomen hebben.

Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP)

Het VLESP is partnerorganisatie van de Vlaamse Overheid voor de preventie van zelfdoding. Ze ontwikkelde onder meer de multidisciplinaire richtlijn rond detectie en behandeling van suïcidaal gedrag. Klik hier voor de richtlijn van het VLESP.

Centrum ter Preventie van Zelfdoding – CPZ

Het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) beschikt over drie diensten. Het Kenniscentrum maakt kennis over preventie van zelfdoding toegankelijk en toepasbaar. De Vormingsdienst vormt belangrijke sleutelfiguren en intermediairs in zelfdodingspreventie. De Zelfmoordlijn is een gratis nooddienst voor personen met zelfdodingsgedachten, hun omgeving en nabestaanden.

Patiënteninformatie

De Zelfmoordlijn: zelfmoord1813.be

Werkgroep Verder voor nabestaanden