Forfaitair betalingssysteem

Algemeen

Werken met het forfaitair betalingssysteem is mogelijk op basis van artikel 52§1, wet van 14 juli 1994 voor huisartsen, verpleegkundigen en kinesisten. Voorwaarde is dat uw praktijk een contract aangaat met het Riziv. Hierin wordt bepaald voor welke disciplines men forfaitair zal worden betaald. Men moet in dat contract ook toezeggen dat men multidisciplinair zal werken en dat men zal instaan voor de continuïteit van de zorg. De patiënt dient zich op zijn beurt eenmalig in te schrijven in uw praktijk. Deze inschrijving kan ook weer stopgezet worden.

Forfaitaire praktijken hebben meestal een duidelijke visie met veel aandacht voor overleg. Maar ze kunnen ook erg verscheiden zijn, bijvoorbeeld op het vlak van:

  • rechtspersoon: vzw, cvba, feitelijke vereniging, bvba,... 
  • disciplines in het forfait: huisartsgeneeskunde met al dan niet thuisverpleging en/of kinesitherapie. Om voor de noodzakelijke continuïteit te kunnen zorgen kan men onder voorwaarden ook samenwerken met hulpverleners buiten de praktijk. Men is hiervoor nu een duidelijk kader aan het uitwerken.
  • eventueel andere aanwezige functies of hulpverleners: coördinator, administratieve ondersteuning, maatschappelijk werk, psycholoog, diëtiste, zorgkundige,...
  • statuut medewerkers: kunnen als bediende of als zelfstandige ingeschakeld zijn
  • voor de forfait-administratie zijn er meerdere softwareprogramma's voorhanden, al dan niet gelinkt aan het EMD.

Federaties van forfaitaire praktijken

In ons land zijn er vier federaties van forfaitaire praktijken. In de schoot van het Riziv werken ze samen aan de uitbouw van het forfait. Ze verenigen de praktijken en vertegenwoordigen hen. Verder zorgen ze voor de uitwisseling van informatie tussen het Riziv en de praktijken. Ze verschillen echter onderling over de voorwaarden om lid te worden, de visie en hun mogelijkheden om praktijken te ondersteunen. In volgorde van grootte:

Inkomsten

Op basis van de pathologie, leeftijd en andere variabelen(stad/platteland, culturele diversiteit) van de patiënten die zich bij de praktijk inschrijven, wordt een maandelijkse vaste vergoeding per ingeschrevene uitbetaald door het ziekenfonds waar de patiënt bij aangesloten is. Voor startende praktijken bedraagt dit 15,66 EUR per patiënt per maand vanaf februari 2018 voor huisartsenzorg (raadplegingen en huisbezoeken). Indien de praktijk ervoor kiest om ook thuisverpleging aan te bieden, komt er 15,24 EUR bij en voor kinesitherapie 7,10 EUR. Deze bedragen zijn terug te vinden op de website van het RIZIV.

Wanneer u twee jaar in het forfait zit en een stabiele praktijkpopulatie hebt van 500 inschrijvingen, wordt dit bedrag berekend op basis van een formule met diverse variabelen. Deze formule wordt jaarlijks herberekend door het Riziv en inhoudelijk ongeveer om de drie jaar herbekeken, om de waarde van de variabelen te herevalueren. De commissie forfait van het Riziv, waarin de vier federaties vertegenwoordigd zijn, werkt dit uit in een werkgroep morbiditeit, samen met de ziekenfondsen. Het forfaitair bedrag varieërt dus, afhankelijk van de samenstelling van de praktijkpopulatie. Er wordt een veiligheidsmarge naar beneden ingesteld: een praktijk kan op dit ogenblik jaarlijks niet méér dan 1% van haar inkomen verliezen. In de toekomst wordt er binnen het forfaitair systeem gestreefd naar een inkomen dat 90% uit de formule komt en 10% PFQ (Pay For Quality).

Voor iedere ingeschreven patiënt ontvangt men jaarlijks het GMD-ereloon. Dit zit berekend in het maandelijks bedrag. Er zijn ook inkomsten die men apart buiten het forfait kan innen, zoals de wachtdiensterelonen, de technische prestaties, accrediteringsforfait, EMD-forfait, praktijktoelage, Riziv-sociaal statuut, Impulseo 1-2 en telesecretariaat. Indien de ingeschreven patiënt een andere huisarts raadpleegt tijdens de wachtdienst, valt het ereloon van deze huisarts ten laste van de forfaitaire praktijk: het medisch huis moet de onkosten van dit ereloon, zonder remgeld, terugbetalen aan de patient.

Forfaitair werken stimuleert taakdelegatie. Zo kunnen bijvoorbeeld verpleegkundigen ingeschakeld worden in de chronische follow-up van patiënten, en bij thuisverpleegkundige zorg kan men niet-verpleegkundige taken overhevelen naar zorgkundigen, met nadruk op empowerment en autonomie van de patiënt.

De recent aangepaste reglementering: Via KB 23/4/2013 – uitvoering van art 52 §1 van ZIV wet van 14/7/1994 BS 30/4/2013 of via Vereniging van Wijkgezondheidscentra.